Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

Aan de Hebreeën 5:1-14

INHOUD

  • Jezus beter dan menselijke hogepriesters (1-10)

    • Hogepriester zoals Melchizedek (6, 10)

    • Gehoorzaamheid geleerd door lijden (8)

    • Verantwoordelijk voor eeuwige redding (9)

  • Waarschuwing voor onvolwassenheid (11-14)

5  Elke hogepriester die wordt genomen uit de mensen, wordt ten behoeve van hen aangesteld in de dienst voor God,+ om gaven en slachtoffers voor zonden te brengen.+  Hij kan meevoelen met* degenen die uit onwetendheid fouten maken,* want ook hij wordt geconfronteerd met* zijn eigen zwakheden.  En daarom moet hij niet alleen offers brengen voor de zonden van het volk maar ook voor die van hemzelf.+  Niemand kan zichzelf die eer geven, maar iemand krijgt die alleen als hij door God wordt geroepen, zoals Aäron.+  Zo heeft ook de Christus niet zichzelf de eer gegeven+ hogepriester te worden. Dat deed degene die tegen hem zei: ‘Jij bent mijn zoon, vandaag ben ik je vader geworden.’+  Ergens anders zegt hij ook: ‘Jij bent voor eeuwig een priester zoals* Melchize̱dek.’+  Tijdens zijn leven op aarde* heeft Christus met sterk geroep en tranen gesmeekt en gebeden+ tot degene die hem uit de dood kon redden, en hij werd verhoord vanwege zijn ontzag voor God.  Hoewel hij een zoon was, heeft hij gehoorzaamheid geleerd door wat hij heeft geleden.+  En toen hij volmaakt was geworden,+ werd hij verantwoordelijk voor de eeuwige redding van iedereen die hem gehoorzaamt,+ 10  omdat hij door God is benoemd tot een hogepriester zoals Melchize̱dek.+ 11  We hebben veel over hem te zeggen, maar het is moeilijk uit te leggen, want jullie zijn traag van begrip* geworden. 12  Jullie hadden inmiddels* leraren moeten zijn, maar in plaats daarvan hebben jullie opnieuw iemand nodig die je van het begin af de basisprincipes+ van de heilige uitspraken van God leert. Jullie hebben weer melk nodig in plaats van vast voedsel. 13  Iedereen die van melk leeft, is onbekend met het woord van rechtvaardigheid, want hij is een klein kind.+ 14  Maar vast voedsel is voor volwassen mensen, voor degenen die door gebruik hun waarnemingsvermogen* hebben geoefend om te kunnen onderscheiden wat goed of slecht is.

Voetnoten

Of ‘vriendelijk zijn voor’, ‘zich matigen tegenover’.
Of ‘dwalen’.
Of ‘is onderhevig aan’.
Of ‘naar de wijze van’.
Lett.: ‘in de dagen van zijn vlees’.
Of ‘afgestompt van gehoor’.
Lett.: ‘met het oog op de tijd’.
Of ‘onderscheidingsvermogen’.