Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

De tweede brief aan de Korinthiërs

Hoofdstukken

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

Inhoud

  • 1

    • Groet (1, 2)

    • Troost van God bij alle beproevingen (3-11)

    • Paulus’ reisplannen veranderd (12-24)

  • 2

    • Paulus wil vreugde geven (1-4)

    • Een zondaar vergeven en hersteld (5-11)

    • Paulus in Troas en Macedonië (12, 13)

    • De bediening, een triomftocht (14-17)

      • Niet aan Gods woord verdienen (17)

  • 3

    • Aanbevelingsbrieven (1-3)

    • Dienaren van nieuwe verbond (4-6)

    • Grotere glans nieuwe verbond (7-18)

  • 4

    • Licht van het goede nieuws (1-6)

      • Denken van ongelovigen verblind (4)

    • Schat in aarden kruik (7-18)

  • 5

    • Hemelse huis aandoen (1-10)

    • Dienst van verzoening (11-21)

      • Een nieuwe schepping (17)

      • Gezanten voor Christus (20)

  • 6

    • Gods goedheid niet misbruiken (1, 2)

    • Paulus’ dienst beschreven (3-13)

    • Kom niet onder ongelijk juk (14-18)

  • 7

    • Ons reinigen van elke verontreiniging (1)

    • Paulus’ vreugde over de Korinthiërs (2-4)

    • Titus komt met goed bericht (5-7)

    • Verdriet op een manier die God wil en berouw (8-16)

  • 8

    • Inzameling voor Judese christenen (1-15)

    • Titus naar Korinthe gestuurd (16-24)

  • 9

    • Motivatie om te geven (1-15)

      • Met vreugde geven (7)

  • 10

    • Paulus verdedigt zijn dienst (1-18)

      • Onze wapens niet vleselijk (4, 5)

  • 11

    • Paulus en de superapostelen (1-15)

    • Paulus’ ontberingen als apostel (16-33)

  • 12

    • Paulus’ visioenen (1-7a)

    • ‘Doorn in het vlees’ (7b-10)

    • Doet niet onder voor superapostelen (11-13)

    • Bezorgdheid over de Korinthiërs (14-21)

  • 13

    • Laatste waarschuwingen en aansporingen (1-14)

      • ‘Blijf onderzoeken of je in het geloof bent’ (5)

      • ‘Breng verbeteringen aan, wees eensgezind’ (11)