Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

De eerste brief aan de Korinthiërs 5:1-13

INHOUD

  • Een geval van seksuele immoraliteit (1-5)

  • Beetje zuurdesem laat hele deeg gisten (6-8)

  • ‘Verwijder wie kwaad doet’ (9-13)

5  Er wordt zowaar bericht dat er seksuele immoraliteit*+ bij jullie voorkomt, en wel zo’n immoraliteit* als zelfs bij de heidenen* niet voorkomt — van een man die leeft met* de vrouw van zijn vader.+  En zijn jullie daar trots op? Zouden jullie niet eerder bedroefd moeten zijn+ en de man die deze daad heeft begaan uit jullie midden moeten verwijderen?+  Hoewel ik lichamelijk afwezig ben, ben ik in de geest aanwezig, en ik heb het oordeel over de man die dit heeft gedaan al geveld alsof ik bij jullie was.  Wanneer jullie in de naam van onze Heer Jezus bij elkaar zijn, in de wetenschap dat ik in de geest bij jullie ben met de kracht van onze Heer Jezus,  dan moeten jullie zo iemand aan Satan+ overgeven voor de vernietiging van het vlees, zodat de geest gered wordt op de dag van de Heer.+  Het is niet goed dat jullie zo trots zijn. Weten jullie niet dat door een beetje zuurdesem* het hele deeg gaat gisten?*+  Doe de oude zuurdesem weg zodat jullie nieuw deeg worden, ongezuurd,* zoals jullie in feite zijn. Want Christus, ons paschalam,+ is geslacht.+  Laten we het feest+ daarom niet met oude zuurdesem vieren, of met zuurdesem van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurd brood van oprechtheid en waarheid.  In mijn brief heb ik jullie geschreven niet meer om te gaan met* mensen die seksueel immoreel* zijn. 10  Natuurlijk bedoelde ik niet alle seksueel immorele* mensen van deze wereld+ of de hebzuchtige mensen of afpersers of afgodenaanbidders. Dan zou je eigenlijk uit de wereld moeten gaan.+ 11  Maar nu schrijf ik jullie dat jullie niet meer om moeten gaan+ met* iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, seksueel immoreel* of hebzuchtig+ is, afgoden aanbidt, anderen uitscheldt,* of een dronkaard+ of een afperser+ is. Met zo iemand moet je zelfs niet eten. 12  Want wat heb ik te maken met het oordelen van degenen die niet in de gemeente zijn? Jullie oordelen toch degenen in de gemeente, 13  terwijl God degenen daarbuiten oordeelt?+ ‘Verwijder wie kwaad doet uit jullie midden.’+

Voetnoten

Grieks: porneia. Zie Woordenlijst.
Grieks: porneia. Zie Woordenlijst.
Lett.: ‘heeft’.
Of ‘zuur wordt’.
Of ‘zonder gist’.
Of ‘niet langer in het gezelschap te verkeren van’.
Of ‘niet langer in het gezelschap moeten verkeren van’.
Of ‘verbaal mishandelt’.