Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWEWERELDVERTALING VAN DE BIJBEL (HERZIENING 2017) 

De eerste brief aan de Korinthiërs 12:1-31

INHOUD

  • Gaven van de geest (1-11)

  • Eén lichaam, veel lichaamsdelen (12-31)

12  Broeders, ik wil niet dat jullie onwetend zijn over de geestelijke gaven.+  Jullie weten dat toen jullie nog heidenen* waren, jullie ertoe werden gebracht stomme afgoden+ te volgen, waar ze jullie ook maar heen leidden.  Nu wil ik dat jullie weten dat niemand die door Gods geest spreekt, zegt: ‘Jezus is vervloekt!’ En niemand kan zeggen: ‘Jezus is Heer!’, behalve door heilige geest.+  Er zijn verschillende gaven, maar het is dezelfde geest.+  Er zijn verschillende dienende taken,+ en toch is het dezelfde Heer.  Er zijn verschillende activiteiten,* en toch is het dezelfde God die ze allemaal in iedereen tot stand brengt.+  Maar de manifestatie van de geest wordt aan iedereen gegeven voor een nuttig doel.+  Want aan de een wordt via de geest het spreken* van wijsheid gegeven, aan een ander via dezelfde geest het spreken van kennis,  aan de een via dezelfde geest geloof,+ aan een ander via die ene geest de gave om gezond te maken,+ 10  en aan weer anderen het doen van krachtige werken,+ of het profeteren, of het herkennen van geïnspireerde uitspraken,+ of verschillende talen+ of het vertalen ervan.+ 11  Maar dat alles is het werk van één en dezelfde geest, die deze gaven aan iedereen afzonderlijk uitdeelt zoals hij het wil. 12  Het lichaam is één geheel maar heeft veel lichaamsdelen, en alle delen van dat lichaam, ook al zijn het er veel, zijn één lichaam.+ Zo is het ook met de Christus. 13  Want in één geest werden we allemaal gedoopt om één lichaam te worden, of we nu Joden of Grieken, slaven of vrije mensen zijn. En we kregen allemaal één geest te drinken. 14  Want het lichaam bestaat niet uit één deel maar uit veel delen.+ 15  Als de voet zou zeggen: ‘Omdat ik geen hand ben, ben ik geen deel van het lichaam’, betekent dat nog niet dat hij geen deel van het lichaam is. 16  En als het oor zou zeggen: ‘Omdat ik geen oog ben, ben ik geen deel van het lichaam’, betekent dat nog niet dat het geen deel van het lichaam is. 17  Als het hele lichaam oog was, waar zou dan het gehoor zijn? Als het helemaal gehoor was, waar zou dan de reuk zijn? 18  Maar God heeft alle lichaamsdelen de plaats gegeven die hij wilde. 19  Als ze allemaal hetzelfde lichaamsdeel waren, waar zou dan het lichaam zijn? 20  Er zijn veel lichaamsdelen, en toch is er maar één lichaam. 21  Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig.’ En het hoofd kan niet tegen de voeten zeggen: ‘Ik heb jullie niet nodig.’ 22  Integendeel, de lichaamsdelen die zwakker lijken, zijn noodzakelijk. 23  En de lichaamsdelen die we minder eervol vinden, geven we meer eer.+ Zo worden onze onaantrekkelijke delen met meer waardigheid behandeld, 24  terwijl onze aantrekkelijke lichaamsdelen dat niet nodig hebben. God heeft het lichaam zo samengesteld dat het deel dat het nodig heeft meer eer krijgt, 25  zodat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de lichaamsdelen wederzijdse zorg voor elkaar zouden hebben.+ 26  Als één lichaamsdeel lijdt, lijden alle andere delen mee.+ Of als één lichaamsdeel wordt geëerd, delen alle andere in de vreugde.+ 27  Jullie zijn Christus’ lichaam+ en ieder afzonderlijk is een deel van het lichaam.+ 28  God heeft de verschillende personen in de gemeente aangesteld: ten eerste apostelen,+ ten tweede profeten,+ ten derde leraren.+ Vervolgens zijn er krachtige werken,+ dan de gave om gezond te maken,+ vormen van hulpverlening, bekwaamheden om leiding te geven,+ verschillende talen.+ 29  Is soms iedereen een apostel? Is iedereen een profeet? Is iedereen een leraar? Doet iedereen krachtige werken? 30  Heeft soms iedereen de gave om gezond te maken? Spreekt iedereen in talen?+ Kan iedereen vertalen?*+ 31  Maar blijf streven* naar de grotere gaven.+ En toch zal ik jullie een weg wijzen die alles overtreft.+

Voetnoten

Of ‘werkingen’.
Of ‘een boodschap’.
Of ‘uitleggen’.
Of ‘ijverig zoeken’.