Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 86:1-17

Een gebed van Da̱vid. 86  Neig, o Jehovah, uw oor. Antwoord mij,+Want ik ben ellendig en arm.+   O behoed toch mijn ziel, want ik ben loyaal.+Red uw knecht — gij zijt mijn God — die op u vertrouwt.+   Betoon mij gunst, o Jehovah,*+Want tot u blijf ik de gehele dag roepen.+   Verheug de ziel van uw knecht,+Want tot u, o Jehovah,* hef ik mijn eigen ziel op.+   Want gij, o Jehovah,* zijt goed+ en vergevensgezind;+En de liefderijke goedheid jegens allen die u aanroepen, is overvloedig.+   Leen toch het oor, o Jehovah, aan mijn gebed;+En schenk toch aandacht aan de stem van mijn smekingen.+   Op de dag van mijn benauwdheid wil ik u aanroepen,+Want gij zult mij antwoorden.+   Er is niemand als gij onder de goden,* o Jehovah,*+Ook zijn er geen werken als de uwe.+   Alle natiën die gij hebt gemaakt, zullen zelf komen,+En ze zullen zich voor u neerbuigen, o Jehovah,*+En zullen heerlijkheid geven aan uw naam.+ 10  Want gij zijt groot en doet wonderbare dingen;+Gij zijt God, gij alleen.+ 11  Onderricht mij, o Jehovah, omtrent uw weg.+Ik zal in uw waarheid wandelen.+Verenig mijn hart om uw naam te vrezen.+ 12  Ik prijs u, o Jehovah,* mijn God, met heel mijn hart,+En ik wil uw naam tot onbepaalde tijd verheerlijken, 13  Want uw liefderijke goedheid is groot jegens mij,+En gij hebt mijn ziel uit Sjeo̱o̱l, [uit] zijn onderste plaats, bevrijd.+ 14  O God, het zijn de overmoedigen die tegen mij zijn opgestaan;+En het is de vergadering der tirannieken die mijn ziel heeft gezocht,+En zij hebben u niet voor ogen gesteld.+ 15  Maar gij, o Jehovah,* zijt een God* barmhartig en goedgunstig,+Langzaam tot toorn+ en overvloedig in liefderijke goedheid en waarachtigheid.*+ 16  Wend u tot mij en betoon mij gunst.+Geef toch uw sterkte aan uw knecht,+En red toch de zoon van uw slavin.+ 17  Bewerk ten aanzien van mij een teken dat goedheid beduidt,Opdat degenen die mij haten, [het] zien en beschaamd staan.+Want gijzelf, o Jehovah, hebt mij geholpen en getroost.+

Voetnoten

Een van de 134 keren dat de soferim JHWH in ʼAdho·naiʹ hebben veranderd. Zie App. 1B.
Zie vs. 3 vtn.
Zie vs. 3 vtn.
„Onder de goden.” Hebr.: va·ʼelo·himʹ; Gr.: theʹois; Lat.: diʹis; T: „verheven engelen.”
Zie vs. 3 vtn.
Zie vs. 3 vtn.
Zie vs. 3 vtn.
Zie vs. 3 vtn.
„God.” Hebr.: ʼEl.
Of: „en waarheid.” Hebr.: we·ʼemethʹ.