Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 82:1-8

Een melodie van A̱saf. 82  God* stelt zich in de vergadering+ van de Goddelijke;*+ Te midden van de goden* spreekt hij recht:+   „Hoe lang zult GIJ onrechtvaardig blijven rechtspreken+ En de goddelozen partijdigheid blijven betonen?*+ Sela.   Weest rechters voor de geringe en de vaderloze jongen.+ Laat de ellendige en de onbemiddelde recht wedervaren.+   Verschaft ontkoming voor de geringe en de arme;+ Bevrijdt [hen] uit de hand van de goddelozen.”+   Zij hebben niets geweten, en zij begrijpen niets;+ In duisternis blijven zij rondwandelen;+ Alle grondvesten der aarde worden aan het wankelen gebracht.+   „Ikzelf heb gezegd: ’GIJ zijt goden,*+ En GIJ allen zijt zonen van de Allerhoogste.+   Voorwaar, GIJ zult sterven net als mensen;*+ En als wie dan ook van de vorsten zult GIJ vallen!’”+   Sta toch op, o God,* richt toch de aarde;+ Want gijzelf dient alle natiën in bezit te nemen.*+

Voetnoten

„God.” Hebr.: ʼElo·him′.
Of: „God.” Hebr.: ʼEl; LXXVg: „goden”; Sy: „engelen.”
Of: „goddelijken.” Hebr.: ʼelo·him′; LXXVgc: „goden”; Sy: „engelen”; T: „rechters.”
Lett.: „en de aangezichten der goddelozen blijven opheffen.”
Of: „goddelijken.” Hebr.: ʼelo·him′; Gr.: the′oi; Syr.: daʼ·la·hin; Lat.: di′i; T: „gelijk engelen.”
Of: „net als de aardse mens.” Hebr.: keʼa·dham′.
„God.” Hebr.: ʼElo·him′.
„Dient . . . te nemen.” Of: „zult . . . nemen.”