Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 8:1-9

Aan de leider, op de Gi̱ttith.*+ Een melodie van Da̱vid. 8  O Jehovah, onze Heer,* hoe majestueus is uw naam op de ganse aarde,+ Gij, wiens waardigheid wordt verhaald* boven de hemelen!+   Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt gij sterkte gegrondvest,*+ Wegens degenen die blijk geven van vijandschap jegens u,+ Om de vijand en degene die zijn wraak neemt, te doen ophouden.+   Wanneer ik uw hemel zie, het werk van uw vingers,+ De maan en de sterren die gij hebt bereid,+   Wat is dan de sterfelijke mens+ dat gij aan hem denkt,+ En de zoon van de aardse mens dat gij voor hem zorgt?+   Voorts hebt gij hem ook een weinig minder dan goddelijken* gemaakt,+ En met heerlijkheid+ en pracht hebt gij hem toen gekroond.+   Gij doet hem heersen over de werken van uw handen;+ Alles hebt gij onder zijn voeten gelegd:+   Kleinvee* en runderen, die allemaal,+ En ook de dieren van het open veld,+   De vogels van de hemel en de vissen der zee,+ Al wat langs de paden der zeeën trekt.+   O Jehovah, onze Heer, hoe majestueus is uw naam op de ganse aarde!+

Voetnoten

„Gittith.” Een muziekterm waarvan de betekenis onzeker is. LXXVg: „wijnpersen”, waarbij „Gittith” is afgeleid van gath (Hebr.), een olie- of wijnpers.
„Onze Heer.” Hebr.: ʼAdho·nē′noe, mv. van ʼA·dhōn′, ter aanduiding van uitnemendheid.
„Gij, wiens waardigheid wordt verhaald.” TSy: „gij, die uw heerlijkheid gesteld (gegeven) hebt”; LXXVgc: „want verheven is uw luister (pracht).”
Of: „gecorrigeerd (terechtgewezen)”, door verandering van één Hebr. letter.
„Dan goddelijken.” Hebr.: me·ʼelo·him′; TLXXSyVg: „engelen; boden.”
„Kleinvee”, d.w.z. schapen en geiten.