Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 79:1-13

Een melodie van A̱saf. 79  O God, de natiën zijn in uw erfdeel gekomen;+ Ze hebben uw heilige tempel verontreinigd;+ Ze hebben Jeru̱zalem tot puinhopen gemaakt.+   Ze hebben het dode lichaam van uw knechten tot voedsel gegeven aan het gevogelte van de hemel,+ Het vlees van uw loyalen aan het wild gedierte der aarde.+   Ze hebben hun bloed vergoten als water Rondom Jeru̱zalem, en er is niemand die begraaft.+   Wij zijn een smaad voor onze buren geworden,+ Een spot en beschimping voor hen die rondom ons zijn.+   Hoe lang, o Jehovah, zult gij vertoornd zijn? Voor eeuwig?+ Hoe lang zal uw ijver branden net als vuur?+   Stort uw woede uit over de natiën die u niet hebben gekend,+ En over de koninkrijken die uw eigen naam niet hebben aangeroepen.+   Want ze hebben Ja̱kob verteerd,+ En ze hebben gemaakt dat zijn eigen verblijfplaats woest werd gelegd.+   Gedenk niet ten nadele van ons de dwalingen der voorouders.+ Haast u! Laat uw barmhartigheden ons tegemoet komen,+ Want wij zijn zeer verarmd.+   Help ons, o God van onze redding,+ Ter wille van de heerlijkheid van uw naam;+ En bevrijd ons en bedek onze zonden om uws naams wil.+ 10  Waarom zouden de natiën zeggen: „Waar is hun God?”+ Laat onder de natiën voor onze ogen bekend worden+ De wraak voor het vergoten bloed van uw knechten.+ 11  Moge het zuchten van de gevangene zelfs voor uw aangezicht komen.+ Bewaar* naar de grootheid van uw arm de ten dode gedoemden.*+ 12  En vergeld onze buren zevenmaal in hun boezem+ Hun smaad waarmee zij u hebben gesmaad, o Jehovah.*+ 13  Wat ons betreft, uw volk en de schapen van uw weide,+ Wij zullen u tot onbepaalde tijd dank brengen; Van geslacht tot geslacht zullen wij uw lof bekendmaken.+

Voetnoten

Of: „Laat overblijven.” Sy: „Verlos (Bevrijd).”
Lett.: „de zonen des doods.”
Een van de 134 keren dat de soferim JHWH in ʼAdho·naiʹ hebben veranderd. Zie App. 1B.