Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 70:1-5

Aan de leider. Van Da̱vid, om in herinnering te brengen.+ 70  [Haast u toch,] o God, om mij te bevrijden,+ O Jehovah, snel mij toch te hulp.+   Mogen beschaamd en schaamrood worden wie mijn ziel* zoeken.+ Mogen achterwaarts wijken en te schande worden wie behagen hebben in mijn rampspoed.+   Mogen terugkeren vanwege hun schaamte wie zeggen: „Ha, ha!”+   Mogen in u uitbundige vreugde hebben en zich verheugen, allen die u zoeken,+ En mogen zij voortdurend zeggen: „God* zij grootgemaakt!” — zij die uw redding liefhebben.+   Maar ik ben ellendig en arm.+ O God, handel toch snel voor mij.+ Gij zijt mijn hulp en Degene die mij ontkoming verschaft.+ O Jehovah, wees niet te laat.+

Voetnoten

„Mijn ziel (leven).” Hebr.: naf·sjiʹ.
„God”, M(Hebr.: ʼElo·himʹ)LXXSy; Vgc en veel Hebr. hss.: „Jehovah”; T: „De heerlijkheid van Jehovah.”