Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 60:1-12

Aan de leider, op „De lelie der vermaning”. Miktam.* Van Da̱vid. Ter onderwijzing.+ Toen hij strijd voerde tegen A̱ram-Nahara̱ïm en A̱ram-Zo̱ba, en Jo̱ab voorts terugkeerde en E̱dom in het Zoutdal versloeg, ja, twaalfduizend [man].+ 60  O God, gij hebt ons verstoten, gij hebt een bres in ons geslagen,+ Gij zijt vertoornd geworden. Moogt gij ons toch herstellen.+   Gij hebt de aarde doen schudden, gij hebt haar opengespleten.+ Heel toch haar bressen, want ze heeft gewankeld.+   Gij hebt uw volk moeilijkheden doen zien.+ Gij hebt ons wijn doen drinken die ons doet waggelen.+   Gij hebt aan hen die u vrezen, een signaal gegeven+ Om zigzagsgewijs te vluchten* vanwege de boog. Sela.   Opdat uw geliefden verlost mogen worden,+ O red toch met uw rechterhand en antwoord ons.*+   God zelf heeft in zijn heiligheid gesproken:+ „Ik wil uitbundige vreugde hebben, ik wil Si̱chem toedelen;+ En de laagvlakte van Su̱kkoth zal ik uitmeten.+   Gi̱lead behoort mij toe en Mana̱sse behoort mij toe,+ En E̱fraïm is de vesting van degene die mij tot hoofd is; Ju̱da is mijn gebiedersstaf.+   Mo̱ab is mijn waspot.+ Over E̱dom zal ik mijn sandaal werpen.+ Over Filiste̱a zal ik in triomf juichen.”*+   Wie zal mij naar de belegerde stad brengen?+ Wie zal mij stellig tot aan E̱dom leiden?+ 10  Zijt gij het niet, o God, die ons verstoten hebt+ En die niet met onze legers uittrekt als God?+ 11  Verschaf ons toch hulp uit benauwdheid,+ Want redding door de aardse mens is waardeloos.+ 12  Door God zullen wij vitale kracht verwerven,+ En hijzelf zal onze tegenstanders vertreden.+

Voetnoten

Zie 16:Ops. vtn.
„Om zigzagsgewijs te rennen”, door één afleiding van de grondstam; door een andere afleiding: „om dat op te richten”, of: „om zich daaromheen te verzamelen.”
„Ons”, M; MmargeTLXXSyVg en veel Hebr. hss.: „mij.”
Volgens Sy; T: „Over de Filistijnen juicht (jubelt) de gemeente van Israël.”