Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalm 6:1-10

Aan de leider, op snaarinstrumenten op het lagere octaaf.*+ Een melodie van Da̱vid. 6  O Jehovah, wijs mij niet terecht in uw toorn,+ En corrigeer mij niet in uw woede.+   Betoon mij gunst, o Jehovah, want ik kwijn weg.+ Genees mij,+ o Jehovah, want mijn beenderen zijn ontsteld.   Ja, mijn eigen ziel is ten zeerste ontsteld;+ En gij, o Jehovah — hoe lang?+   Keer toch terug,+ o Jehovah, verlos toch mijn ziel;+ Red mij ter wille van uw liefderijke goedheid.*+   Want in de dood wordt van u geen gewag gemaakt;*+ Wie zal u prijzen in Sjeo̱o̱l?*+   Ik ben afgemat van mijn zuchten;+ De gehele nacht doe ik mijn rustbed zwemmen;+ Met mijn tranen doe ik mijn eigen divan overvloeien.+   Van kommer is mijn oog zwak geworden,+ Het is oud geworden wegens allen die blijk geven van vijandschap jegens mij.+   Gaat weg van mij, al GIJ beoefenaars van wat schadelijk is,+ Want Jehovah zal stellig het geluid van mijn geween horen.+   Jehovah zal inderdaad mijn verzoek om gunst horen;+ Jehovah zelf zal mijn eigen gebed aannemen.+ 10  Al mijn vijanden zullen ten zeerste beschaamd+ en ontsteld zijn; Zij zullen zich omkeren, zij zullen in een ogenblik beschaamd staan.+

Voetnoten

„Het lagere octaaf.” Hebr.: hasj·sjemi·nithʹ, de vr. vorm van het woord voor „achtste”. Waarop het hier precies betrekking heeft, is onzeker, hetzij op een achtste toonsoort, op een octaaf, op een achtsnarig instrument of op de achtste dag (de dag van de besnijdenis).
Of: „loyale liefde.”
Of: „gedenkt men u niet.”
„Sjeool”, MSy; Gr.: haiʹdei; Lat.: in·ferʹno. Zie App. 4B.