Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 57:1-11

Aan de leider. „Verderf niet.” Van Da̱vid. Miktam.* Toen hij wegens Saul de wijk nam in de grot.+ 57  Betoon mij gunst, o God, betoon mij gunst,+ Want tot u heeft mijn ziel haar toevlucht genomen;+ En in de schaduw van uw vleugels zoek ik een toevlucht totdat de onheilen voorbijtrekken.+   Ik roep tot God, de Allerhoogste, tot de [ware] God* die wegens mij een eind [aan hen] maakt.+   Hij zal vanuit de hemel zenden en mij redden.+ Hij zal degene die begerig naar mij grijpt,+ stellig verwarren. Sela. God zal zijn liefderijke goedheid* en zijn waarachtigheid* zenden.+   Mijn ziel is te midden van leeuwen;+ Ik kan niet anders dan neerliggen onder verslinders, [ja,] de mensenzonen,* Wier tanden speren en pijlen zijn,+ En wier tong een scherp zwaard is.+   O wees verheven boven de hemelen, o God;+ Uw heerlijkheid zij over heel de aarde.+   Een net hebben zij voor mijn schreden bereid;+ Mijn ziel is neergebogen.+ Zij hebben voor mijn aangezicht een valkuil gedolven; Zij zijn er midden in gevallen.+ Sela.   Mijn hart is standvastig, o God,+ Mijn hart is standvastig. Ik wil zingen en melodieën spelen.+   Ontwaak toch, o mijn heerlijkheid;+ Ontwaak toch, o snaarinstrument; ook gij, o harp.+ Ik wil de dageraad wekken.   Ik zal u prijzen onder de volken, o Jehovah;*+ Ik zal u met melodieën bezingen onder de nationale groepen.+ 10  Want uw liefderijke goedheid* is groot tot aan de hemel,+ En uw waarachtigheid* tot aan de wolkenhemel.+ 11  Verhef u toch boven de hemelen, o God;+ Uw heerlijkheid zij over heel de aarde.

Voetnoten

Zie 16:Ops. vtn.
„Tot de [ware] God.” Hebr.: la·ʼEl′. Zie App. 1G.
Of: „loyale liefde.”
Of: „waarheid.”
Of: „zonen van de aardse mens [Hebr.: ʼa·dham′].”
Een van de 134 keren dat de soferim JHWH in ʼAdho·nai′ hebben veranderd. Zie App. 1B.
Of: „loyale liefde.”
Of: „uw waarheid.” Hebr.: ʼamit·te′kha (van ʼemeth′).