Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 56:1-13

Aan de leider, op „De stomme duif” onder hen die ver verwijderd zijn.* Van Da̱vid. Miktam.* Toen de Filistijnen hem in Gath+ grepen. 56  Betoon mij gunst, o God, want de sterfelijke mens heeft begerig naar mij gegrepen.+ De gehele dag strijdend, blijft hij mij verdrukken.+   Mijn vijanden hebben de gehele dag voortdurend begerig [naar mij] gegrepen,+ Want het zijn er velen die hooghartig tegen mij strijden.+   Op welke dag ik ook bevreesd word, ik voor mij zal op ú vertrouwen.+   In eendracht met God zal ik zijn woord loven.+ Op God heb ik mijn vertrouwen gesteld; ik zal niet bevreesd zijn.+ Wat kan vlees mij doen?+   De gehele dag blijven zij mijn persoonlijke aangelegenheden schaden; Al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.+   Zij vallen aan, zij verbergen zich,+ Zij blijven van hun kant zelfs mijn schreden* gadeslaan,+ Terwijl zij op mijn ziel hebben gewacht.+   Werp hen wegens [hun] schadelijkheid weg.+ Stort in toorn zelfs de volken neer, o God.+   Dat ik een vluchteling ben, hebt gijzelf bericht.+ Doe mijn tranen toch in uw leren zak.+ Zijn ze niet in uw boek?+   In die tijd zullen mijn vijanden achterwaarts wijken, op de dag dat ik roep;+ Dit weet ik heel goed, dat God vóór mij is.+ 10  In eendracht met God+ zal ik [zijn] woord loven; In eendracht met Jehovah zal ik [zijn] woord loven.+ 11  Op God heb ik mijn vertrouwen gesteld. Ik zal niet bevreesd zijn.+ Wat kan de aardse mens* mij doen?+ 12  Op mij, o God, rusten geloften aan u.+ Ik zal u uitingen van dankzegging brengen.+ 13  Want gij hebt mijn ziel* van de dood bevrijd+ — [Hebt gij] mijn voeten niet voor struikelen [behoed]?+ — Opdat [ik] voor het aangezicht van God* kan wandelen in het licht* der levenden.+

Voetnoten

Mogelijk: „Duif der stilheid (stomheid), zij die ver verwijderd zijn.” Door een geringe correctie: „Duif van de verre grote bomen.”
Zie 16:Ops. vtn.
Lett.: „hielen.”
„De aardse mens.” Hebr.: ʼa·dham′.
„Mijn ziel.” Hebr.: naf·sji′; Gr.: psu′chen; Lat.: a′ni·mam. Zie App. 4A.
„God”, MLXXSyVg; T: „Jehovah.”
„Licht”, MTLXXVg; Sy: „land.”