Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 54:1-7

Aan de leider, op snaarinstrumenten. Maskil.* Van Da̱vid. Toen de Zifieten binnenkwamen en voorts tot Saul zeiden: „Houdt Da̱vid zich niet bij ons verborgen?”+ 54  O God, red mij door uw naam,+ En moogt gij met uw macht mijn zaak bepleiten.+   O God, hoor mijn gebed;+ Leen toch het oor aan de woorden van mijn mond.+   Want vreemden zijn tegen mij opgestaan, En tirannen die werkelijk mijn ziel zoeken.+ Zij hebben zich God niet voor ogen gesteld.+ Sela.   Zie! God is mijn helper;+ Jehovah* is onder hen die mijn ziel steunen.   Hij zal het kwaad aan mijn vijanden vergelden;+ Breng hen in uw waarachtigheid* tot zwijgen.+   In gewilligheid wil ik u slachtoffers brengen.+ Ik zal uw naam prijzen, o Jehovah, want die is goed.+   Want uit alle nood heeft hij mij bevrijd,+ En mijn oog heeft op mijn vijanden gezien.+

Voetnoten

Zie 32:Ops. vtn.
Een van de 134 keren dat de soferim JHWH in ʼAdho·nai′ hebben veranderd. Zie App. 1B.
Of: „door (naar) uw waarheid.”