Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 4:1-8

Aan de leider, op snaarinstrumenten.+ Een melodie van Da̱vid. 4  Als ik roep, antwoord mij, o mijn rechtvaardige God.+ In de benauwdheid moet gij mij wijde ruimte maken. Betoon mij gunst+ en hoor mijn gebed.   GIJ mannenzonen,* hoe lang nog moet mijn heerlijkheid+ een voorwerp van belediging zijn, [Terwijl] GIJ ijdelheden blijft liefhebben, [Terwijl] GIJ een leugen blijft zoeken? Sela.   Weet dan dat Jehovah degene die jegens hem loyaal is, stellig zal onderscheiden;*+ Jehovah zelf zal horen als ik tot hem roep.+   Raakt in beroering, maar zondigt niet.+ Zegt wat GIJ te zeggen hebt, in UW hart, op UW bed,+ en zwijgt. Sela.   Offert de slachtoffers van rechtvaardigheid,+ En vertrouwt op Jehovah.+   Velen zeggen: „Wie zal ons het goede doen zien?” Hef het licht van uw aangezicht over ons op,+ o Jehovah.   Gij zult stellig verheuging in mijn hart geven,+ Groter dan in de tijd dat hun koren en hun nieuwe wijn overvloedig zijn geweest.+   In vrede wil ik mij neerleggen en ook slapen,+ Want gij, ja, gij alleen, o Jehovah, doet mij in zekerheid wonen.+

Voetnoten

„Mannenzonen.” Voor „mannen” staat in het Hebr. ʼisj, kennelijk in coll. zin.
„Jehovah zijn mens van liefderijke goedheid [Vg: „zijn heilige”] wonderbaar gemaakt heeft”, LXX.