Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 33:1-22

33  Heft een vreugdegeroep aan, o GIJ rechtvaardigen, vanwege Jehovah.+Van de zijde der oprechten is lofzang passend.+   Brengt Jehovah dank op de harp;+Speelt op een tiensnarig instrument+ melodieën voor hem.   Zingt hem een nieuw lied;+Doet UW best bij het spelen op de snaren onder gejuich.+   Want het woord van Jehovah is oprecht,+En al zijn werk [geschiedt] in getrouwheid.+   Hij heeft rechtvaardigheid en gerechtigheid lief.+Van de liefderijke goedheid van Jehovah is de aarde vol.+   Door het woord van Jehovah werden de hemelen zelf gemaakt,+En door de geest* van zijn mond heel hun heerleger.+   Hij vergadert als door een dam* de wateren der zee,+Plaatst de woelige wateren* in voorraadschuren.   Laten allen [op] de aarde* Jehovah vrezen.+Laten voor hem alle bewoners van het productieve land* bevreesd zijn.+   Want hijzelf zei [het], en het werd;+Hijzelf gebood, en toen stond het er.+ 10  Jehovah zelf heeft de raad der natiën verbroken;+Hij heeft de gedachten der volken verijdeld.+ 11  Het is de raad van Jehovah die tot onbepaalde tijd zal standhouden;+De gedachten van zijn hart zijn voor het ene geslacht na het andere geslacht.+ 12  Gelukkig is de natie wier God* Jehovah is,+Het volk dat hij als zijn erfdeel heeft gekozen.+ 13  Vanuit de hemel heeft Jehovah gekeken,+Hij heeft alle mensenzonen* gezien.+ 14  Vanuit de vaste plaats waar hij woont,*+Heeft hij met gespannen aandacht gekeken naar allen die op de aarde wonen. 15  Hij vormt hun harten alle te zamen;*+Hij beschouwt al hun werken.+ 16  Geen koning wordt gered door de overvloed van strijdkrachten;+Een sterke man zelf wordt niet bevrijd door de overvloed van kracht.+ 17  Voor redding is het paard niets dan bedrog,+En door de overvloed van zijn vitale kracht verschaft het geen ontkoming.+ 18  Zie! Het oog van Jehovah is [gekeerd] naar hen die hem vrezen,+Naar hen die op zijn liefderijke goedheid wachten,+ 19  Om hun ziel van de dood zelf te bevrijden,+En hen tijdens hongersnood in het leven te houden.+ 20  Ja, onze ziel heeft verwachtend naar Jehovah uitgezien.+Onze hulp en ons schild is hij.+ 21  Want in hem verheugt zich ons hart;+Want in zijn heilige naam hebben wij ons vertrouwen gesteld.+ 22  Laat uw liefderijke goedheid, o Jehovah, op ons blijken te zijn,+Net zoals wij op u zijn blijven wachten.+

Voetnoten

Of: „en door de adem.” Hebr.: oe·veroeʹach; Gr.: pneuʹma·ti; Lat.: spiʹri·tu. Zie Ge 6:17 vtn., „Werkzaam is”.
„In een leren zak”, in overeenstemming met LXXSyVg.
„De woelige wateren.” Hebr.: tehō·mōthʹ, mv. van tehōmʹ; LXXVg: „afgronden.” Zie Ge 1:2 en vtn., „Waterdiepte”.
Lett.: „heel de aarde”, maar vergezeld van een mnl. mv. ww.-vorm. Vgl. Ge 10:25 vtn., „Aarde”.
„Het productieve land.” Hebr.: the·velʹ; LXX: „de bewoonde aarde”; Lat.: orʹbem, „het rond”, d.w.z. van de aarde.
„Wier God.” Hebr.: ʼElo·havʹ.
Of: „zonen van de aardse mens [Hebr.: ha·ʼa·dhamʹ].”
Lett.: „plaats van zijn wonen.”
Of: „tegelijkertijd.”