Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalm 3:1-8

Een melodie van Da̱vid toen hij de wijk nam wegens zijn zoon* A̱bsalom.+ 3  O Jehovah, waarom zijn mijn tegenstanders vele geworden?+ Waarom staan velen tegen mij op?+   Velen zeggen van mijn ziel: „Er is geen redding voor hem bij God.”*+ Sela.*   En toch zijt gij, o Jehovah, een schild rondom mij,+ Mijn heerlijkheid+ en Degene die mijn hoofd opheft.+   Met mijn stem zal ik tot Jehovah zelf roepen, En hij zal mij antwoorden vanaf zijn heilige berg.*+ Sela.   Wat mij betreft, ik wil mij neerleggen opdat ik moge slapen; Ik zal stellig wakker worden, want Jehovah zelf blijft mij steunen.+   Ik zal niet bevreesd zijn voor tienduizenden mensen Die zich rondom tegen mij hebben opgesteld.+   Sta toch op,+ o Jehovah! Red mij,+ o mijn God!+ Want gij zult al mijn vijanden op de kaak moeten slaan.+ De tanden der goddelozen zult gij moeten breken.+   Redding behoort Jehovah toe.+ Uw zegen rust op uw volk.+ Sela.

Voetnoten

„Zijn zoon.” Hebr.: benōʹ.
„Bij God.” Hebr.: vEʼ·lo·himʹ, mv. ter aanduiding van uitnemendheid of majesteit. Zie Ge 1:1 vtn., „God”.
„Sela.” Een Hebr. vakterm die in de muziek of bij voordrachten gebruikt werd. De betekenis is onzeker.
Zie 2:6 vtn.