Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalm 24:1-10

Van Da̱vid. Een melodie. 24  Aan Jehovah behoort de aarde en dat wat haar vult,+ Het productieve land* en zij die daarop wonen.+   Want op de zeeën heeft hijzelf haar gegrond,+ En op de rivieren* houdt hij haar stevig bevestigd.+   Wie mag de berg van Jehovah bestijgen,+ En wie mag er opstaan in zijn heilige plaats?+   Al wie onschuldig van handen en rein van hart is,+ Die Mijn* ziel* niet naar louter waardeloosheid heeft gevoerd,+ Noch bedrieglijk een eed heeft afgelegd.+   Hij zal zegen wegdragen van Jehovah+ En rechtvaardigheid van zijn God van redding.+   Dit is het geslacht van hen die hem zoeken, Van hen die uw aangezicht zoeken, o [God van] Ja̱kob.*+ Sela.   „Verheft UW hoofden, o GIJ poorten,+ En verheft U, o GIJ aloude* ingangen,+ Opdat de glorierijke Koning kan binnengaan!”+   „Wie is dan die glorierijke Koning?”+ „Jehovah, sterk en machtig,+ Jehovah, machtig in de strijd.”*+   „Verheft UW hoofden, o GIJ poorten;+ Ja, verheft [ze], o GIJ aloude ingangen, Opdat de glorierijke Koning kan binnengaan!”+ 10  „Wie is hij dan, die glorierijke Koning?” „Jehovah der legerscharen* — hij is de glorierijke Koning.”+ Sela.

Voetnoten

„De bewoonde aarde”, LXX; Gr.: he oi·kouʹme·ne; Lat.: orʹbis ter·raʹrum, „het rond der gehele aarde”.
Of: „de oceanen”, die de grote landmassa’s van de aarde omgeven.
„Mijn”, M; TLXXSyVg en veel Hebr. hss.: „Zijn.”
Of: „Mijn leven”, doelend op Jehovah’s leven, waarbij iemand zweert. Vgl. Ex 20:7 vtnn.
„God van Jakob”, LXXSyVg; M: „o Jakob.”
Of: „voor onbepaalde tijd blijvende.” Hebr.: ʽō·lamʹ.
Of: „oorlog.”
Zie 1Sa 1:3 vtn., „Legerscharen”.