Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004) 

Psalm 21:1-13

Aan de leider. Een melodie van Da̱vid. 21  O Jehovah, in uw sterkte verheugt zich de koning;+ En hoezeer wenst hij verblijd te zijn in uw redding!+   De begeerte van zijn hart hebt gij hem gegeven,+ En de wens van zijn lippen hebt gij [hem] niet onthouden.+ Sela.   Want gij zijt ertoe overgegaan hem met zegeningen van het goede tegemoet te treden,+ [En] hebt voorts een kroon van gelouterd goud op zijn hoofd gezet.+   Leven vroeg hij van u. Gij hebt [het] hem gegeven,+ Lengte van dagen tot onbepaalde tijd, ja, voor eeuwig.+   Zijn heerlijkheid is groot in uw redding.+ Waardigheid en pracht legt gij op hem.+   Want gij maakt hem rijk gezegend voor eeuwig;+ Gij verblijdt hem met de verheuging voor uw aangezicht.+   Want de koning vertrouwt op Jehovah,+ Ja, op de liefderijke goedheid* van de Allerhoogste. Hij zal niet aan het wankelen worden gebracht.+   Uw hand zal al uw vijanden vinden;+ Uw eigen rechterhand zal hen vinden die u haten.   Gij zult hen als een vuuroven maken op de bestemde tijd voor uw aandacht.+ Jehovah zal hen in zijn toorn verzwelgen, en het vuur zal hen verslinden.+ 10  Hun vrucht zult gij van de aarde zelf verdelgen,+ En hun nageslacht* uit de mensenzonen.*+ 11  Want zij hebben dat wat slecht is, tegen u gericht;+ Zij hebben denkbeelden bedacht die zij niet kunnen uitvoeren.+ 12  Want gij zult hen de rug doen keren in de vlucht+ Door uw boogpezen die gij gereedmaakt tegen hun aangezicht.+ 13  O wees verheven in uw sterkte, o Jehovah.+ Wij willen zingen en melodieën spelen ter ere van uw macht.+

Voetnoten

Of: „loyale liefde.”
Of: „zaad.”
Lett.: „zonen van de aardse mens [Hebr.: ʼa·dhamʹ, coll. gebruikt].”