Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 20:1-9

Aan de leider. Een melodie van Da̱vid. 20  Moge Jehovah u antwoorden op de dag der benauwdheid.+ Moge de naam van de God* van Ja̱kob u beschermen.*+   Moge hij uw hulp zenden uit de heilige plaats,+ En u schragen uit Si̱on zelf.+   Moge hij al uw offergaven gedenken,+ En moge hij uw brandoffer als vet aanvaarden.*+ Sela.   Moge hij* u geven naar uw hart,+ En moge hij al uw raadslagen vervullen.+   Wij willen een vreugdegeroep aanheffen wegens uw redding,+ En in de naam van onze God zullen wij onze banieren opheffen.*+ Moge Jehovah al uw beden vervullen.+   Nu weet ik werkelijk dat Jehovah zijn gezalfde* stellig redt.+ Hij antwoordt hem vanuit zijn heilige hemel+ Met de reddende machtige daden van zijn rechterhand.+   Sommigen [gewagen] van wagens en anderen van paarden,+ Maar wat ons aangaat, wij zullen gewagen van de naam van Jehovah, onze God.*+   Zíȷ́ zijn neergestort en gevallen;+ Maar wat ons betreft, wij zijn opgestaan, om hersteld te worden.+   O Jehovah, red toch de koning!+ Hij zal ons antwoorden op de dag dat wij roepen.*+

Voetnoten

„God van.” Hebr.: ʼElo·hē′.
Lett.: „u op een hoogte stellen”, d.w.z. buiten bereik.
Of: „moge hij de vettige as van uw brandoffer (verteerde offer) wegruimen”, als teken van aanvaarding.
„Hij”, MVg; LXXASy en vijf Hebr. hss.: „Jehovah.”
„Zullen wij verheerlijkt (grootgemaakt) worden”, LXXVg.
„Zijn gezalfde.” Hebr.: mesji·chō′; Gr.: chri′ston; Syr.: mesji·cheh; Lat.: chri′stum.
„Wij zullen door (in) de naam . . . verheerlijkt (grootgemaakt) worden”, LXX; Sy: „wij zullen door (in) de naam . . . sterk worden (zegevieren)”; Vg: „wij zullen de naam . . . aanroepen (ons op de naam . . . beroepen).”
Of: „O Jehovah, red [ons] toch! Moge de koning zelf ons antwoorden op de dag dat wij roepen.”