Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 2:1-12

2  Waarom zijn de natiën in tumult geweest+ En zijn ook de nationale groepen over iets ijdels blijven mompelen?+   De koningen der aarde stellen zich op+ En de hoogwaardigheidsbekleders zelf hebben zich als één [blok] aaneengesloten+ Tegen Jehovah+ en tegen zijn gezalfde,*+   [Zeggend:] „Laten wij hun banden verscheuren+ En hun koorden van ons afwerpen!”+   Ja, Hij die in de hemel zetelt,+ zal lachen; Jehovah* zelf zal hen bespotten.+   In die tijd zal hij tot hen spreken in zijn toorn,+ En in zijn brandend misnoegen zal hij hen met ontsteltenis slaan,+   [Zeggend:] „Ik, ja ik, heb mijn koning geïnstalleerd+ Op Si̱on,+ mijn heilige berg.”*+   Laat mij melding maken van de verordening van Jehovah; Hij heeft tot mij gezegd: „Gij zijt mijn zoon;+ Heden ben ík uw vader geworden.+   Vraag van mij,+ opdat ik natiën tot uw erfdeel moge geven+ En de einden der aarde tot uw eigen bezitting.+   Gij zult ze breken* met een ijzeren scepter,+ Alsof ze een pottenbakkersvat waren, zult gij ze stukslaan.”+ 10  Nu dan, o koningen, handelt volgens inzicht; Laat U corrigeren, o rechters der aarde.+ 11  Dient Jehovah met vrees+ En weest blij met beving.+ 12  Kust de zoon,*+ opdat Hij niet vertoornd wordt En GIJ niet [van] de weg* vergaat,+ Want zijn toorn ontvlamt licht.*+ Gelukkig zijn allen die hun toevlucht tot hem nemen.+

Voetnoten

„En tegen zijn gezalfde.” Hebr.: weʽal-mesji·chō′; Gr.: chri′stou; Syr.: mesji·cheh; Lat.: chri′stum.
Een van de 134 keren dat de soferim JHWH in ʼAdho·nai′ hebben veranderd. Zie App. 1B.
Lett.: „de berg van mijn heiligheid.”
„Breken”, M; LXX: „weiden.”
„Kust de zoon.” Hebr.: nasj·sjeqoe-var′. Hier is het Aram. woord var (van bar) gebruikt, niet het Hebr. ben, zoals in 3:Ops.; T: „Ontvangt onderricht”; LXX: „Aanvaardt correctie”; Vg: „Neemt tucht aan.” Zie Sp 31:2 vtn.
„[Van] de weg”, in overeenstemming met LXXVg, die luiden: „van de rechte (rechtvaardige) weg.”
Of: „snel.”