Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 142:1-7

Maskil.* Van Da̱vid, toen hij zich in de grot bevond.+ Een gebed. 142  Met mijn stem ging ik tot Jehovah roepen om hulp;+ Met mijn stem ging ik luid tot Jehovah roepen om gunst.+   Voor hem bleef ik mijn bezorgdheid uitstorten;+ Voor hem bleef ik over mijn eigen benauwdheid vertellen,+   Toen mijn geest+ in mij bezweek. Toen kende gíȷ́ mijn weg.+ Op het pad waarlangs ik ga,+ Heeft men een val voor mij verborgen.+   Kijk naar rechts en zie Dat er niemand is die mij enige erkenning geeft.+ Mijn toevluchtsoord is mij ontvallen;+ Er is niemand die naar mijn ziel informeert.+   Ik riep tot u, o Jehovah, om hulp.+ Ik zei: „Gij zijt mijn toevlucht,+ Mijn deel+ in het land der levenden.”+   Schenk toch aandacht aan mijn smekende geroep,+ Want ik ben zeer verarmd.+ Bevrijd mij van mijn vervolgers,+ Want zij zijn sterker dan ik.+   Breng mijn ziel toch de kerker uit,+ Om uw naam te prijzen.+ Laten de rechtvaardigen zich om mij heen vergaderen,+ Omdat gij passend met mij handelt.+

Voetnoten

Zie 32:Ops. vtn.