Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 136:1-26

136  Dankt Jehovah, want hij is goed:+Want zijn liefderijke goedheid* duurt tot onbepaalde tijd;+   Dankt de God der goden:*+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+   Dankt de Heer der heren:*+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+   Hem die geheel alleen wonderbare, grote dingen doet:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+   Die de hemel maakte met verstand:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+   Die de aarde uitspreidde* boven de wateren:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+   Die de grote lichten maakte:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+   Ja, de zon tot heerschappij overdag:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+   De maan en de sterren tot gezamenlijke heerschappij* bij nacht:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 10  Die Egy̱pte sloeg in zijn eerstgeborenen:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 11  En die I̱sraël uit hun midden bracht:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 12  Door een sterke hand en door een uitgestrekte arm:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd; 13  Die de Rode Zee in delen scheidde:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 14  En die I̱sraël ermiddendoor liet gaan:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 15  En die Farao en zijn krijgsmacht afschudde in de Rode Zee:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 16  Die zijn volk door de wildernis liet gaan:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 17  Die grote koningen versloeg:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 18  En die ertoe overging majestueuze koningen te doden:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 19  Ja, Si̱hon, de koning der Amorieten:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 20  En Og, de koning van Ba̱san:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 21  En die hun land ten erfdeel gaf:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 22  Ten erfdeel aan I̱sraël, zijn knecht:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 23  Die in onze lage staat aan ons dacht:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 24  En die ons herhaaldelijk aan onze tegenstanders ontrukte:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 25  Die voedsel* geeft aan alle vlees:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd;+ 26  Dankt de God* des hemels:+Want zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd.+

Voetnoten

Of: „loyale liefde.”
„De God der goden.” Hebr.: lEʼ·lo·hēʹ ha·ʼelo·himʹ; Gr.: toi Theʹoi ton theʹon.
„De Heer der heren.” Hebr.: la·ʼAdho·nēʹ (mv. ter aanduiding van uitnemendheid) ha·ʼadho·nimʹ (numeriek mv.). Vgl. Ge 39:2 vtn.
„Uitspreidde”, als het ware uitsmeedde.
„Tot gezamenlijke heerschappij.” Lett.: „tot heerschappijen.”
Lett.: „brood.”
„De God.” Hebr.: leʼElʹ.