Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 13:1-6

Aan de leider. Een melodie van Da̱vid. 13  Hoe lang, o Jehovah, zult gij mij vergeten?+ Voor eeuwig?+ Hoe lang zult gij uw aangezicht voor mij verbergen?+   Hoe lang zal ik weerstand leggen in mijn ziel, Droefheid in mijn hart bij dag? Hoe lang zal mijn vijand zich boven mij verheffen?+   Zie toch [op mij neer]; antwoord mij, o Jehovah, mijn God. Doe mijn ogen toch stralen,+ opdat ik niet in de dood ontslaap,+   Opdat mijn vijand niet zegt: „Ik heb hem overwonnen!” [Opdat] mijn tegenstanders zelf [niet] blij zijn omdat ik aan het wankelen ben gebracht.+   Wat mij aangaat, ik heb op uw liefderijke goedheid* vertrouwd;+ Laat mijn hart blij zijn in uw redding.+   Ik wil zingen ter ere van Jehovah, want hij heeft mij op een belonende wijze bejegend.*+

Voetnoten

Of: „loyale liefde.”
LXXVg voegen toe: „En ik zal de naam van Jehovah, de Allerhoogste, bezingen met melodieën.” Zie 7:17.