Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalm 127:1-5

Een lied der opgangen. Van Sa̱lomo. 127  Als Jehovah zelf het huis niet bouwt,+ Is het tevergeefs dat de bouwers ervan er hard aan hebben gewerkt.+ Als Jehovah zelf de stad niet bewaakt,+ Is het tevergeefs dat de wachter heeft gewaakt.+   Het is tevergeefs dat gijlieden vroeg opstaat,+ Dat GIJ laat neerzit,+ Dat GIJ met smarten voedsel* eet.+ Evenzo geeft hij zelfs zijn geliefde slaap.*+   Ziet! Zonen zijn een erfdeel van Jehovah;+ De vrucht van de buik is een beloning.+   Als pijlen in de hand van een sterke man,*+ Zo zijn de zonen der jeugd.+   Gelukkig is de fysiek sterke man* die zijn pijlkoker ermee heeft gevuld.+ Zij zullen niet beschaamd worden,+ Want zij zullen met vijanden spreken in de poort.

Voetnoten

Lett.: „brood.”
Of: „geeft hij aan zijn geliefde [in de] slaap.”
„Sterke man.” Hebr.: gib·bōrʹ.
„De fysiek sterke man.” Hebr.: hag·geʹver.