Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 126:1-6

Een lied der opgangen. 126  Toen Jehovah de gevangenen* van Si̱on liet terugkeren,+Werden wij als degenen die droomden.+   In die tijd werd onze mond vervuld met lachen,+En onze tong met vreugdegeroep.+In die tijd ging men onder de natiën zeggen:+„Jehovah heeft iets groots gedaan door wat hij met hen heeft gedaan.”*+   Jehovah heeft iets groots gedaan door wat hij met ons heeft gedaan.*+Wij zijn verheugd geworden.+   Doe toch terugkeren, o Jehovah, ons gezelschap van gevangenen,*+Als stroombeddingen in de Ne̱geb.*+   Wie met tranen zaaien,+Zullen zelfs met vreugdegeroep oogsten.+   Wie zonder mankeren heengaat, al is het wenend,+Terwijl hij een zak vol zaad bij zich draagt,+Zal zonder mankeren met vreugdegeroep terugkomen,+Terwijl hij zijn schoven draagt.+

Voetnoten

Of: „de gevangenschap; de gevangenenschaar.”
Of: „Jehovah heeft grootse dingen voor hen gedaan.”
Zie vs. 2 vtn.
Of: „onze gevangenschap.”
Of: „het zuiden.”