Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 124:1-8

Een lied der opgangen. Van Da̱vid. 124  „Had Jehovah niet bewezen vóór ons te zijn”,+Zegge nu I̱sraël,+   „Had Jehovah niet bewezen vóór ons te zijn,+Toen mensen* tegen ons opstonden,+   Dan zouden zij ons zelfs levend hebben verzwolgen,+Toen hun toorn tegen ons ontbrandde.+   Dan zouden de wateren zelf ons hebben weggespoeld,+De stroom zelf zou over onze ziel zijn heen gegaan.+   Dan zouden over onze ziel zijn heen gegaanDe wateren van overmoed.+   Gezegend zij Jehovah, die ons nietTen prooi gaf aan hun tanden.+   Onze ziel is als een vogel die ontsnapt is+Uit het klapnet van vogelaars.+Het klapnet is gebroken,+En wíȷ́ zijn ontsnapt.+   Onze hulp is in de naam van Jehovah,+De Maker van hemel en aarde.”+

Voetnoten

Of: „de aardse mens.” Hebr.: ʼa·dhamʹ.