Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 124:1-8

Een lied der opgangen. Van Da̱vid. 124  „Had Jehovah niet bewezen vóór ons te zijn”,+ Zegge nu I̱sraël,+   „Had Jehovah niet bewezen vóór ons te zijn,+ Toen mensen* tegen ons opstonden,+   Dan zouden zij ons zelfs levend hebben verzwolgen,+ Toen hun toorn tegen ons ontbrandde.+   Dan zouden de wateren zelf ons hebben weggespoeld,+ De stroom zelf zou over onze ziel zijn heen gegaan.+   Dan zouden over onze ziel zijn heen gegaan De wateren van overmoed.+   Gezegend zij Jehovah, die ons niet Ten prooi gaf aan hun tanden.+   Onze ziel is als een vogel die ontsnapt is+ Uit het klapnet van vogelaars.+ Het klapnet is gebroken,+ En wíȷ́ zijn ontsnapt.+   Onze hulp is in de naam van Jehovah,+ De Maker van hemel en aarde.”+

Voetnoten

Of: „de aardse mens.” Hebr.: ʼa·dham′.