Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 12:1-8

Aan de leider, op het lagere octaaf.*+ Een melodie van Da̱vid. 12  Red [mij*] toch,+ o Jehovah, want de loyale persoon heeft een eind genomen;+ Want de getrouwen zijn verdwenen uit de mensenzonen.   Onwaarheid blijven zij tot elkaar spreken;+ Met gladde lip+ blijven zij zelfs dubbelhartig*+ spreken.   Jehovah zal alle gladde lippen afsnijden, De tong die grote dingen spreekt,+   Hen die hebben gezegd: „Met onze tong zullen wij de overhand hebben.+ Onze lippen zijn met ons. Wie zal meester over ons zijn?”   „Vanwege de gewelddadige plundering der ellendigen, vanwege het zuchten der armen,+ Zal ik nu opstaan”, zegt Jehovah.+ „Ik zal [hem] in veiligheid stellen voor al wie tegen hem blaast.”+   De woorden van Jehovah zijn zuivere woorden,+ Als zilver, gelouterd in een aarden smeltoven,* zevenmaal gezuiverd.   Gijzelf, o Jehovah, zult hen behoeden;+ Gij zult een ieder beschermen tegen dit geslacht, tot onbepaalde tijd.   De goddelozen wandelen rondom, Omdat de gemeenheid verhoogd wordt onder de mensenzonen.+

Voetnoten

„Op het lagere octaaf.” Hebr.: ʽal-hasj·sjemi·nith′. Zie 6:Ops. vtn.
„Mij”, LXXVg; MSy laten het weg.
Lett.: „met een hart en een hart.”
„Smeltoven”, T. Mogelijk: „ingang.” De betekenis is onzeker.