Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 116:1-19

116  Ik heb waarlijk lief, want Jehovah hoort*+ Mijn stem, mijn smekingen.*+   Want hij heeft zijn oor tot mij geneigd,+ En al mijn dagen zal ik roepen.+   De koorden van de dood omgaven mij,+ Ja, de benauwende omstandigheden van Sjeo̱o̱l troffen mij.+ Benauwdheid en droefheid bleef ik vinden.+   Maar ik riep toen de naam van Jehovah aan:+ „Ach Jehovah, verschaf mijn ziel toch ontkoming!”+   Jehovah is goedgunstig en rechtvaardig;+ En onze God is het die barmhartigheid betoont.+   Jehovah behoedt de onervarenen.+ Ik was verarmd, en voorts heeft hij zelfs mij gered.+   Keer terug tot uw rustplaats, o mijn ziel,+ Want Jehovah zelf heeft passend tegenover u gehandeld.+   Want gij hebt mijn ziel verlost van de dood,+ Mijn oog van tranen, mijn voet van struikelen.+   Ik wil voor het aangezicht van Jehovah wandelen+ in de landen der levenden.+ 10*  Ik had geloof,+ want ik ging spreken.+ Ikzelf was zeer gekweld. 11  Ik voor mij zei, toen ik in paniek geraakte:+ „Ieder mens* is een leugenaar.”+ 12  Wat zal ik Jehovah vergelden+ Voor al zijn weldaden jegens mij?+ 13  De beker van grootse redding+ zal ik opnemen, En de naam van Jehovah zal ik aanroepen.+ 14  Mijn geloften zal ik aan Jehovah betalen,+ Ja, in het bijzijn van heel zijn volk. 15  Kostbaar in de ogen van Jehovah Is de dood van zijn loyalen.+ 16  Ach, o Jehovah,+ Want ik ben uw knecht.+ Ik ben uw knecht, de zoon van uw slavin.+ Gij hebt mijn banden losgemaakt.+ 17  Aan u zal ik het dankoffer brengen,+ En de naam van Jehovah zal ik aanroepen.+ 18  Mijn geloften zal ik aan Jehovah betalen,+ Ja, in het bijzijn van heel zijn volk,+ 19  In de voorhoven van het huis van Jehovah,+ In uw midden, o Jeru̱zalem.+ Looft Jah!*+

Voetnoten

Of: „Ik heb het liefgehad dat Jehovah zou horen.”
„Mijn stem, mijn smekingen”, M; LXXSyVg: „de stem van mijn smeekbede (gebed).”
In LXXVg begint hier Ps 115 met het opschrift „Hallelujah”.
Of: „De gehele mensheid.” Hebr.: kol-ha·ʼa·dhamʹ.
Zie 104:35 vtn.