Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalm 114:1-8

114*  Toen I̱sraël uit Egy̱pte trok,+ Het huis van Ja̱kob uit een volk dat onverstaanbaar sprak,+   Werd Ju̱da zijn heilige plaats,+ I̱sraël zijn grootse grondgebied.+   De zee zelf zag het en sloeg op de vlucht;+ Wat de Jorda̱a̱n betreft, ze week voorts terug.+   Ja, de bergen huppelden rond als rammen,+ De heuvels als lammeren.*   Wat hadt gij, o zee, dat gij op de vlucht sloegt,+ O Jorda̱a̱n, dat gij voorts terugweekt?+   O bergen, dat GIJ gingt rondhuppelen als rammen,+ O heuvels, als lammeren?+   Krimp wegens de Heer* van pijn ineen, o aarde,+ Wegens de God* van Ja̱kob,   Die de rots verandert in een rietpoel van water,+ Een rots van vuursteen in een waterbron.+

Voetnoten

Het is passend dat een deel van de zes hallelpsalmen, Ps 113 en 114 (volgens de school van Hillel), tijdens het paschamaal werd gezongen nadat de tweede beker wijn was ingeschonken en de betekenis van de viering verklaard was. De overige hallelpsalmen, Ps 115–118, werden bij de vierde beker wijn gezongen. Ongetwijfeld werd dit ook door Jezus en zijn discipelen gedaan. Zie Mt 26:30.
Lett.: „zonen van schapen; zonen van het kleinvee.”
„De Heer.” Hebr.: ʼA·dhōnʹ.
„God van.” Hebr.: ʼElōʹah.