Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Psalm 113:1-9

113 * Looft Jah!*+Brengt lof,*GIJ knechten van Jehovah,+Looft de naam van Jehovah.+   Moge Jehovah’s naam gezegend worden+Van nu aan en tot onbepaalde tijd.+   Van de opgang der zon tot aan haar ondergang+Dient Jehovah’s naam geloofd te worden.+   Jehovah is hoog boven alle natiën verheven;+Zijn heerlijkheid is boven de hemelen.+   Wie is als Jehovah, onze God,+Hij die zijn woning in den hoge maakt?+   Hij verwaardigt zich om naar de hemel en de aarde te zien,+   Richt de geringe zelfs op uit het stof;+Uit de askuil verheft hij de arme,+   Om [hem] bij edelen te doen zitten,+Bij de edelen van zijn volk.+   De onvruchtbare vrouw doet hij in een huis wonen+Als een blijde moeder van zonen.+Looft Jah!*+

Voetnoten

Ps 113 is de eerste van de zes hallelpsalmen. Zie 114:1 vtn.
Zie 104:35 vtn.
„Brengt lof.” Hebr.: ha·leloeʹ.
Zie 104:35 vtn.