Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Psalmen 113:1-9

113*  Looft Jah!*+ Brengt lof,*GIJ knechten van Jehovah,+ Looft de naam van Jehovah.+   Moge Jehovah’s naam gezegend worden+ Van nu aan en tot onbepaalde tijd.+   Van de opgang der zon tot aan haar ondergang+ Dient Jehovah’s naam geloofd te worden.+   Jehovah is hoog boven alle natiën verheven;+ Zijn heerlijkheid is boven de hemelen.+   Wie is als Jehovah, onze God,+ Hij die zijn woning in den hoge maakt?+   Hij verwaardigt zich om naar de hemel en de aarde te zien,+   Richt de geringe zelfs op uit het stof;+ Uit de askuil verheft hij de arme,+   Om [hem] bij edelen te doen zitten,+ Bij de edelen van zijn volk.+   De onvruchtbare vrouw doet hij in een huis wonen+ Als een blijde moeder van zonen.+ Looft Jah!*+

Voetnoten

Ps 113 is de eerste van de zes hallelpsalmen. Zie 114:1 vtn.
Zie 104:35 vtn.
„Brengt lof.” Hebr.: ha·leloe′.
Zie 104:35 vtn.