Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Numeri 28:1-31

28  En Jehovah sprak verder tot Mo̱zes en zei:  „Gebied de zonen van I̱sraël, en gij moet tot hen zeggen: ’GIJ dient ervoor te zorgen mijn offergave, mijn brood,+ voor mijn vuuroffers tot een rustig stemmende geur voor mij,+ op de daarvoor bestemde tijden*+ aan mij aan te bieden.’  En gij moet tot hen zeggen: ’Dit is het vuuroffer dat GIJ aan Jehovah zult aanbieden: twee gave eenjarige mannetjeslammeren per dag als een bestendig brandoffer.+  Het ene mannetjeslam zult gij ’s morgens opdragen, en het andere mannetjeslam zult gij tussen de twee avonden* opdragen,+  met een tiende efa+ meelbloem als graanoffer,+ bevochtigd met een vierde hin gestoten olie;+  het bestendig brandoffer,+ dat bij de berg Si̱naï werd opgedragen tot een rustig stemmende geur, een vuuroffer voor Jehovah,+  met het daarbij behorend drankoffer,+ een vierde hin voor elk mannetjeslam.+ Giet het drankoffer van bedwelmende drank+ voor Jehovah uit op de heilige plaats.  En het andere mannetjeslam zult gij tussen de twee avonden opdragen. Met hetzelfde graanoffer als ’s morgens en met hetzelfde daarbij behorende drankoffer zult gij het opdragen als een vuuroffer, tot een rustig stemmende geur voor Jehovah.+  Op de sabbatdag+ zullen het echter twee gave eenjarige mannetjeslammeren zijn en twee tiende maat meelbloem als graanoffer, met olie bevochtigd, met het daarbij behorend drankoffer, 10  als een sabbatsbrandoffer op zijn sabbat,* naast het bestendig brandoffer+ en het daarbij behorend drankoffer.+ 11  En aan het begin van UW maanden zult gijlieden als brandoffer aan Jehovah aanbieden: twee jonge stieren en één ram, zeven gave mannetjeslammeren van een jaar oud,+ 12  en drie tiende maat meelbloem als graanoffer,+ met olie bevochtigd, bij elke stier en twee tiende maat meelbloem als graanoffer, met olie bevochtigd, bij de ene ram,+ 13  en respectievelijk een tiende maat meelbloem als graanoffer, met olie bevochtigd, bij elk mannetjeslam, als een brandoffer, een rustig stemmende geur,+ een vuuroffer voor Jehovah. 14  En als de daarbij behorende drankoffers dient er een halve+ hin wijn bij een stier te komen en een derde+ hin bij de ram en een vierde+ hin bij een mannetjeslam.* Dit is het maandelijks brandoffer in zijn maand voor de maanden van het jaar.+ 15  Ook dient er buiten het bestendig brandoffer nog één geitenbokje+ als zondeoffer aan Jehovah te worden opgedragen met het daarbij behorend drankoffer.+ 16  En in de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, zal Jehovah’s Pascha zijn.+ 17  En op de vijftiende dag van die maand zal er een feest zijn. Zeven dagen zullen er ongezuurde broden worden gegeten.+ 18  Op de eerste dag zal er een heilige samenkomst zijn.+ Geen enkel soort van zwaar werk moogt GIJ doen.+ 19  En GIJ moet als vuuroffer, een brandoffer+ voor Jehovah, twee jonge stieren en één ram en zeven mannetjeslammeren van een jaar oud aanbieden.+ Het dienen werkelijk gave [dieren] voor U te zijn.+ 20  En als de daarbij behorende graanoffers+ van meelbloem, met olie bevochtigd, zult GIJ drie tiende maat opdragen bij een stier en twee tiende maat+ bij de ram. 21  Gij zult respectievelijk een tiende maat+ opdragen bij elk mannetjeslam van de zeven mannetjeslammeren; 22  en één zondeofferbok om verzoening voor U te doen.+ 23  Buiten het morgenbrandoffer, dat als bestendig+ brandoffer+ dient, zult GIJ deze opdragen. 24  Deze zelfde zult GIJ dagelijks gedurende de zeven dagen als brood opdragen,+ een vuuroffer, tot een rustig stemmende geur voor Jehovah.+ Te zamen met het bestendig brandoffer dient het te worden opgedragen, en het daarbij behorend drankoffer. 25  En op de zevende dag dient GIJ een heilige samenkomst te houden.+ Geen enkel soort van zwaar werk moogt GIJ doen.+ 26  En op de dag van de eerste rijpe vruchten,+ wanneer GIJ een nieuw graanoffer aan Jehovah aanbiedt, op UW wekenfeest,+ dient GIJ een heilige samenkomst te houden. Geen enkel soort van zwaar werk moogt GIJ doen.+ 27  En GIJ moet als brandoffer tot een rustig stemmende geur voor Jehovah aanbieden: twee jonge stieren, één ram, zeven mannetjeslammeren van een jaar oud;+ 28  en als het daarbij behorend graanoffer van meelbloem, met olie bevochtigd, drie tiende maat bij elke stier, twee tiende maat+ bij de ene ram, 29  een tiende maat+ respectievelijk bij elk mannetjeslam van de zeven mannetjeslammeren; 30  één geitenbokje om verzoening voor U te doen.+ 31  Buiten het bestendig brandoffer en het daarbij behorend graanoffer zult GIJ ze opdragen.+ Het dienen werkelijk gave [dieren] voor U te zijn,+ met de daarbij behorende drankoffers.+

Voetnoten

„Op de daarvoor bestemde tijden”, SyVg; M: „op de daarvoor bestemde tijd.”
Zie Ex 12:6 vtn.
„Als een brandoffer van sabbat tot sabbat”, SamSy.
Lett.: „het mannetjeslam”, M; LXX: „elk mannetjeslam.”