Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Job 25:1-6

25  Toen antwoordde de Suhiet Bi̱ldad+ en zei:   „Heerschappij en angstaanjaging zijn bij hem;+Hij maakt vrede op zijn hoogten.   Kan men zijn troepen soms tellen?En over wie gaat zijn licht niet op?   Hoe kan dan een sterfelijk mens* in zijn recht zijn voor het aangezicht van God,*+Of hoe kan iemand die uit een vrouw geboren is, rein zijn?+   Zie! Daar is zelfs de maan, en ze is niet helder;En ook de sterren zijn niet rein gebleken in zijn ogen.   Hoeveel te minder dan een sterfelijk mens, die een made is,En een mensenzoon,* die een worm is!”+

Voetnoten

„Een sterfelijk mens.” Hebr.: ʼenōsjʹ.
„God.” Hebr.: ʼEl.
Of: „zoon van een aardse mens [Hebr.: ʼa·dhamʹ].”