Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Jesaja 58:1-14

58  „Roep luidkeels; houd niet in.+ Verhef uw stem net als een hoorn* en zeg mijn volk hun opstandigheid aan+ en het huis van Ja̱kob hun zonden.  Toch was ik het die zij dag aan dag bleven zoeken en in de kennis van mijn wegen plachten zij behagen tot uitdrukking te brengen,+ als een natie die louter rechtvaardigheid oefende en die zelfs de gerechtigheid van hun God niet had verzaakt,+ aangezien zij mij om rechtvaardige oordelen bleven vragen, terwijl zij tot God* naderden, in wie zij behagen schepten:+  ’Waarom hebben wij gevast en hebt gij het niet gezien,+ en hebben wij onze ziel in droefheid gebogen+ en placht gij er geen nota van te nemen?’+ Ja, in de dag van UW vasten hadt gijlieden behagen, wanneer al UW zwoegers er waren die GIJ tot werken bleeft aanzetten.+  Ja, tot ruzie en strijd placht GIJ te vasten,+ en om te slaan met de vuist der goddeloosheid.+ Zijt GIJ niet blijven vasten zoals op de dag waarop GIJ UW stem in den hoge liet horen?  Dient het vasten dat ik verkies als dit te worden, als een dag waarop de aardse mens zijn ziel in droefheid buigt?+ Om zijn hoofd te buigen net als een bies, en opdat hij louter zak en as als zijn rustbed zou spreiden?+ Noemt gij dit een vasten en een dag die voor Jehovah aanvaardbaar is?+  Is dit niet het vasten dat ik verkies? De boeien der goddeloosheid los te maken,+ de banden van het jukhout te ontbinden,+ en de verbrijzelden vrij heen te zenden,+ en dat GIJ elk jukhout in tweeën zoudt breken?+  Is het niet, uw brood aan de hongerige uitdelen,+ en dat gij de gekwelde, dakloze mensen in [uw] huis zoudt brengen?+ Dat gij, ingeval gij een naakte ziet, hem moet bedekken,+ en dat gij u voor uw eigen vlees niet zoudt verbergen?+  In dat geval zou uw licht doorbreken net als de dageraad;+ en spoedig zou er herstel voor u ontspruiten.+ En voor u uit zou stellig uw rechtvaardigheid gaan;+ ja, de heerlijkheid van Jehovah zou uw achterhoede zijn.+  In dat geval zoudt gij roepen en Jehovah zelf zou antwoorden; gij zoudt om hulp schreeuwen+ en hij zou zeggen: ’Hier ben ik!’ Indien gij uit uw midden zult wegdoen het jukhout,+ het uitsteken van de vinger+ en het spreken van wat schadelijk is;+ 10  en gij aan de hongerige uw eigen ziel[sbegeerte] zult schenken,+ en gij de in droefheid nedergebogen ziel zult verzadigen, dan zal uw licht stellig zelfs in de duisternis gaan stralen, en uw donkerheid zal zijn als de middag.+ 11  En Jehovah zal u voortdurend+ moeten leiden+ en uw ziel moeten verzadigen zelfs in een verzengd land,+ en hij zal zelfs aan uw beenderen kracht geven;+ en gij moet worden als een welbesproeide tuin,+ en als de waterbron, waarvan de wateren niet liegen. 12  En op uw aandrang zal men* stellig de plaatsen die lange tijd* verwoest waren, opbouwen;+ gij zult zelfs de grondvesten van opeenvolgende geslachten oprichten.+ En gij zult werkelijk de bressendichter worden genoemd,+ de hersteller van wegen om aan te wonen.* 13  Indien gij met het oog op de sabbat uw voet zult terughouden met betrekking tot het doen van al wat uzelf behaagt op mijn heilige dag,+ en de sabbat werkelijk een heerlijke verrukking zult noemen, een heilige [dag] van Jehovah, een die verheerlijkt wordt,+ en hem werkelijk zult verheerlijken in plaats van uw eigen wegen te volgen, in plaats van datgene te vinden wat u behaagt en een woord te spreken — 14  in dat geval zult gij uw heerlijke verrukking in Jehovah vinden,+ en ik wil u over de hoge plaatsen der aarde doen rijden;+ en ik wil u doen eten van de erfelijke bezitting van uw voorvader Ja̱kob,+ want het is de mond van Jehovah die [het] heeft gesproken.”+

Voetnoten

Of: „sjofar.”
„God.” Hebr.: ʼElo·him′.
„En uw zonen zullen”, door een correctie.
Of: „voor onbepaalde tijd.”
Of: „wegen naar [iemands] woning [lett.: wonen]”, d.w.z. huiswaarts.