Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Jesaja 4:1-6

4  En zeven vrouwen zullen op die dag werkelijk één man aangrijpen+ en zeggen: „Wij zullen ons eigen brood eten en onze eigen mantels dragen; mogen wij slechts naar uw naam genoemd worden,* om onze smaad weg te nemen.”+  Op die dag zal wat Jehovah doet uitspruiten,*+ tot sieraad en tot heerlijkheid worden,+ en de vrucht van het land* zal iets zijn om trots op te zijn+ en iets luisterrijks voor degenen van I̱sraël die zijn ontkomen.*+  En het moet geschieden dat er van degenen die overblijven* in Si̱on en van degenen die worden overgelaten* in Jeru̱zalem, gezegd zal worden dat zij heilig voor hem zijn,+ een ieder die ten leven is opgeschreven in Jeru̱zalem.+  Wanneer Jehovah* de uitwerpselen van de dochters van Si̱on zal hebben weggewassen+ en hij zelfs het bloedvergieten*+ van Jeru̱zalem uit haar midden zal wegspoelen+ door de geest van gericht en door de geest van verbranding,+  dan zal Jehovah stellig over elke vaste plaats van de berg Si̱on+ en over haar plaats van samenkomst een wolk bij dag en een rook scheppen, en het schijnsel van een vlammend vuur+ bij nacht;+ want over alle heerlijkheid zal een beschutting zijn.+  En er zal een hut komen tot schaduw des daags tegen de droge hitte,+ en tot een toevlucht en tot een schuilplaats tegen de slagregen en tegen de neerslag.+

Voetnoten

Lett.: „moge slechts uw naam over ons genoemd worden.”
Of: „het uitspruitsel (de spruit) van Jehovah.” T: „de Messias (Christus) van Jehovah.”
Of: „de aarde.” Hebr.: ha·ʼa′rets.
Lett.: „het ontkomene van Israël”, d.w.z. de ontkomenen.
Lett.: „het overgeblevene”, d.w.z. het overblijfsel.
Lett.: „het overgelatene.”
Een van de 134 keren dat de soferim JHWH in ʼAdho·nai′ hebben veranderd. Zie App. 1B.
Of: „de bloedschuld; de bloedige daden.” Lett.: „bloed” in het mv.