Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Jesaja 31:1-9

31  Wee hun die afdalen naar Egy̱pte om hulp,+ die zich op louter paarden verlaten+ en die hun vertrouwen stellen in strijdwagens,+ omdat ze talrijk zijn, en in rijpaarden,* omdat ze zeer sterk zijn, maar die hun blik niet hebben gericht op de Heilige I̱sraëls en Jehovah zelf niet hebben gezocht.+  En ook hij is wijs+ en zal doen komen wat rampspoedig is,+ en hij heeft zijn eigen woorden niet ingetrokken;+ en hij zal stellig opstaan tegen het huis van boosdoeners+ en tegen de hulp van hen die beoefenen wat schadelijk is.+  De Egyptenaren evenwel zijn aardse mensen*+ en geen God;* en hun paarden zijn vlees+ en geen geest. En Jehovah zelf zal zijn hand uitstrekken, en de helper zal moeten struikelen en de geholpene zal moeten vallen,+ en tegelijkertijd zullen zij allen aan hun eind komen.  Want dit heeft Jehovah tot mij gezegd: „Net zoals de leeuw, ja, de jonge leeuw met manen,+ over zijn prooi gromt, wanneer een volledig aantal herders tegen hem wordt samengeroepen, [en] hij zich ondanks hun stem niet zal laten verschrikken en ondanks hun tumult niet zal ineenduiken, zo zal Jehovah der legerscharen neerdalen om oorlog te voeren over de berg Si̱on en over haar heuvel.+  Als vliegende vogels, zo zal Jehovah der legerscharen Jeru̱zalem verdedigen.+ [Haar] verdedigend, zal hij [haar] ook stellig bevrijden.+ [Haar] verschonend,* moet hij [haar] ook doen ontkomen.”  „Keert terug+ tot Degene tegenover wie de zonen van I̱sraël diep verzonken zijn in hun opstand.+  Want op die dag zullen zij verwerpen een ieder zijn goden van zilver, die waardeloos zijn, en zijn goden van goud, die niets waard zijn,+ die UW handen hebben gemaakt, U tot zonde.+  En de Assyriër moet vallen door het zwaard, niet [dat van] een man;* en een zwaard, niet [dat van de] aardse mens,* zal hem verslinden.+ En hij moet vluchten wegens het zwaard, en zijn eigen jonge mannen zullen zelfs tot dwangarbeid vervallen.  En zijn eigen steile rots zal uit louter schrik vergaan, en wegens het signaal*+ moeten zijn vorsten verschrikt worden”, is de uitspraak van Jehovah, wiens licht in Si̱on en wiens oven+ in Jeru̱zalem is.

Voetnoten

Of: „ruiters.”
„Aardse mensen.” Of: „mensen.” Hebr.: ʼa·dhamʹ.
„God.” Hebr.: ʼEl.
Of: „Aan [haar] voorbijgaand.” Hebr.: pa·soʹach, een vorm van pa·sachʹ, waarvan Pascha (Peʹsach) is afgeleid.
„Man.” Hebr.: ʼisj.
„Aardse mens.” Hebr.: ʼa·dhamʹ.
„Wegens het signaal.” Hebr.: min·nesʹ.