Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel

NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT

Jesaja 20:1-6

20  In het jaar dat Ta̱rtan*+ naar A̱sdod+ kwam, toen Sa̱rgon, de koning van Assy̱rië, hem zond+ en hij vervolgens tegen A̱sdod streed en het innam+ —  in die tijd sprak Jehovah door de hand van Jesa̱ja, de zoon van A̱moz,+ en zei: „Ga,+ en gij moet de zak van uw heupen losmaken;+ en uw sandalen dient gij van uw voeten te trekken.”+ Hij dan deed aldus, naakt en barrevoets rondlopend.+  Voorts zei Jehovah: „Net zoals mijn knecht Jesa̱ja drie jaar lang naakt en barrevoets heeft rondgelopen als een teken+ en een voorteken tegen Egy̱pte+ en tegen Ethio̱pië,*+  zo zal de koning van Assy̱rië de gevangenenschaar van Egy̱pte+ en de ballingen van Ethio̱pië wegvoeren, knapen en grijsaards, naakt en barrevoets, en met ontblote billen, de naaktheid van Egy̱pte.+  En zij zullen stellig verschrikt en beschaamd zijn over Ethio̱pië, de hoop waarnaar zij uitzagen,+ en over Egy̱pte, hun luister.+  En de bewoner van dit kustland zal op die dag stellig zeggen: ’Zie, zo is het gesteld met de hoop waarnaar wij uitzagen, waarheen wij vloden om hulp, om bevrijd te worden wegens de koning van Assy̱rië!+ En hoe zullen wijzelf ontkomen?’”

Voetnoten

Of: „de legeraanvoerder.”
„Ethiopië”, Vg; MSy: „Kusch.”