Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Galaten 6:1-18

6  Broeders, zelfs al doet iemand een misstap*+ voordat hij zich ervan bewust is, tracht GIJ, die geestelijke+ hoedanigheden hebt, zo iemand in een geest van zachtaardigheid+ weer terecht te brengen,* terwijl gij uzelf in het oog houdt,+ opdat ook gij niet verzocht wordt.+  Blijft elkaars lasten* dragen+ en vervult aldus de wet van de Christus.+  Want indien iemand denkt dat hij iets is, terwijl hij niets is,+ dan bedriegt hij zijn eigen geest.  Maar laat een ieder* zich ervan vergewissen wat zijn eigen werk is,+ en dan zal hij alleen met betrekking tot zichzelf, en niet in vergelijking+ met de andere persoon, reden tot opgetogenheid hebben.  Want een ieder zal zijn eigen vracht* dragen.+  Bovendien moet een ieder die mondeling+ in het woord wordt onderwezen,* degene die dat mondelinge onderricht geeft,+ in alle goede dingen laten delen.+  Wordt niet misleid:+ God laat niet met zich spotten.+ Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten;+  want wie met het oog op zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten,+ maar wie met het oog op de geest zaait,+ zal uit de geest eeuwig leven oogsten.+  Laten wij het derhalve niet opgeven te doen wat voortreffelijk is,+ want te zijner tijd zullen wij oogsten indien wij het niet moe worden.+ 10  Laten wij daarom dus, zolang de tijd voor ons er nog gunstig voor is,+ het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan [ons] verwant zijn in het geloof.+ 11  Ziet met wat een grote letters* ik U met mijn eigen hand heb geschreven.+ 12  Allen die zich een innemend voorkomen willen geven in het vlees, trachten U ertoe te dwingen U te laten besnijden,+ alleen om niet ter wille van de martelpaal* van de Christus, Jezus,* vervolgd te worden.+ 13  Want zij die zich laten besnijden, onderhouden zelf de Wet niet eens,+ maar zij willen dat GIJ U laat besnijden om in UW vlees reden tot roemen te hebben. 14  Moge het nooit gebeuren dat ik zou roemen, behalve in de martelpaal+ van onze Heer Jezus Christus, door bemiddeling van wie de wereld voor mij aan een paal is gehangen+ en ik voor de wereld. 15  Want noch besnijdenis noch onbesnedenheid is iets,+ maar een nieuwe schepping+ [is iets]. 16  En allen die volgens deze gedragsregel* ordelijk zullen wandelen, op hen zij vrede en barmhartigheid, ja, op het I̱sraël* Gods.+ 17  Laat voortaan* niemand mij meer lastig vallen, want ik draag op mijn lichaam de brandmerken+ [van een slaaf] van Jezus.+ 18  De onverdiende goedheid van onze* Heer Jezus Christus [zij] met de geest+ die GIJ [aan de dag legt], broeders. Amen.

Voetnoten

Lett.: „een ernaastvallen.”
Of: „weer in de juiste toestand (in rechte lijn) te brengen; weer recht te zetten.”
Of: „zwaar drukkende (kwellende) dingen.” Lett.: „zware dingen.” Gr.: baʹre.
„Een ieder”, אACDVg; P46B: „hij.”
„Vracht.” Gr.: forʹti·on. Vgl. vs. 2.
Lett.: „tot wie men [het woord] voortdurend laat doorklinken.” Gr.: ka·te·chouʹme·nos; Lat.: ca·te·ci·zaʹtur.
Of: „met wat een lange brief.”
Zie App. 5C.
„Christus, Jezus”, P46B; אACDVgSyp: „Christus.”
„Volgens . . . gedragsregel.” Of: „volgens . . . canon (regel).” Lett.: „naar het (meet)riet.” Gr.: toi kaʹno·ni; Lat.: reʹgu·lam, „regel (voorschrift)”; J18(Hebr.): qenehʹ ham·mid·dahʹ, „het riet der meting”. Vgl. Ez 40:5 vtn., „Meetriet”.
Bet.: „God strijdt; Strijder (Volharder) met God.”
Of: „ten slotte.”
„Onze”, P46ABCDVgSyp; א: „de.”