Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

Filippenzen 4:1-23

4  Dientengevolge, mijn geliefde broeders, naar wie ik zo verlang, mijn vreugde en kroon,+ staat aldus vast+ in [de] Heer,* geliefden.  Euo̱dia vermaan ik en Sy̱ntyche vermaan ik gelijkgezind+ te zijn in [de] Heer.  Ja, ook u, echte jukgenoot,+ verzoek ik: blijf deze [vrouwen] bijstaan, die zijde aan zijde met mij hebben gestreden+ voor het goede nieuws, evenals Cle̱mens en de overigen van mijn medewerkers,+ wier namen+ in het boek des levens+ staan.  Verheugt U altijd in [de] Heer.*+ Nogmaals zal ik zeggen: Verheugt U!+  Laat UW redelijkheid+ aan alle mensen bekend worden. De Heer* is nabij.+  Weest over niets bezorgd,+ maar laat in alles door gebed en smeking+ te zamen met dankzegging UW smeekbeden bij God bekend worden;+  en de vrede+ van God, die alle gedachte te boven gaat, zal UW hart+ en UW geestelijke vermogens behoeden door bemiddeling van Christus Jezus.  Ten slotte, broeders, al wat* waar is, al wat van ernstig belang is, al wat rechtvaardig is, al wat eerbaar+ is, al wat lieflijk* is, alles waarover gunstig wordt gesproken, welke deugd er ook is en al wat lof verdient, blijft deze dingen bedenken.+  De dingen die GIJ zowel geleerd als aanvaard hebt en die GIJ in verband met mij gehoord en gezien hebt, brengt die in praktijk,+ en de God van vrede+ zal met U zijn. 10  Ik verheug mij werkelijk zeer in [de] Heer* dat GIJ nu eindelijk UW denken ten behoeve van mij hebt verlevendigd,+ waarop GIJ wel degelijk bedacht waart, maar het ontbrak U aan de gelegenheid. 11  Ik spreek er niet over dat ik gebrek lijd, want ik heb geleerd om in welke omstandigheden ik ook verkeer, genoegen te nemen met wat ik heb.*+ 12  Ik weet inderdaad wat het zeggen wil weinig te hebben,+ ik weet inderdaad wat het zeggen wil overvloed te hebben. In alles en in alle omstandigheden heb ik van beide het geheim geleerd: verzadigd te zijn en honger te lijden, overvloed te hebben en gebrek te lijden.+ 13  Voor alle dingen bezit ik de sterkte door hem die mij kracht verleent.+ 14  Niettemin hebt GIJ er goed aan gedaan deelhebbers met mij te worden+ aan mijn verdrukking.+ 15  GIJ weet trouwens ook zelf wel, Filippenzen, dat bij [het] begin van het bekendmaken van het goede nieuws, toen ik uit Macedo̱nië vertrok, geen enkele gemeente met mij deelnam aan de aangelegenheid van het geven en ontvangen, dan GIJ alleen;+ 16  want zelfs in Thessaloni̱ka hebt GIJ mij zowel een eerste als een tweede maal iets voor mijn behoefte gezonden. 17  Niet dat ik de gave ernstig zoek,+ maar ik zoek ernstig de vrucht+ die het tegoed op UW rekening doet aangroeien. 18  Ik ben echter volledig van alles voorzien en heb overvloed. Ik heb volop nu ik van Epafrodi̱tus+ de van U afkomstige dingen heb ontvangen, een welriekende geur,+ een aanvaardbaar slachtoffer,+ dat God* welgevallig is. 19  Mijn God+ zal op zijn beurt volledig in al UW behoeften voorzien+ naar de mate van zijn rijkdom+ in heerlijkheid, door bemiddeling van Christus Jezus. 20  Onze God en Vader nu zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid.+ Amen. 21  Brengt mijn groeten+ over aan elke heilige in eendracht+ met Christus Jezus. De broeders die bij mij zijn, zenden U hun groeten. 22  Alle heiligen, maar vooral die van het huis van caesar,* zenden U hun groeten.+ 23  De onverdiende goedheid van de Heer Jezus Christus [zij] met de geest die GIJ [aan de dag legt].*+

Voetnoten

„Heer”, אABVg; J7,8,13,14,16,24: „Jehovah.”
„Heer”, אABVg; J7,8,13,14,16,24: „Jehovah.”
„De Heer”, אABVg; J7,8: „Jehovah.”
Lett.: „zoveel (dingen) als.”
Lett.: „genegenheid opwekkend.”
„Heer”, אABVg; J7,8,13,14,16,24: „Jehovah.”
Of: „tevreden te zijn.”
„God”, אABVgSyp; J7,8: „Jehovah.”
Of: „de keizer.”
P46אADItVgSyh,pArm besluiten met „Amen”; B laat het weg.