Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

3 Johannes 1:1-14

 De oudere man*+ aan Ga̱jus, de geliefde, die ik waarlijk* liefheb.+  Geliefde,+ ik bid dat gij in alle dingen voorspoedig moogt zijn*+ en een goede gezondheid moogt genieten,+ evenals uw ziel voorspoedig is.+  Want ik heb mij zeer* verheugd toen er broeders kwamen* en zij getuigenis aflegden van de waarheid waaraan gij vasthoudt, zoals gij voortgaat in de waarheid te wandelen.+  Ik heb geen grotere reden tot dankbaarheid dan deze dingen, dat ik hoor dat mijn kinderen voortgaan in de waarheid te wandelen.+  Geliefde, gij doet een getrouw werk in al wat gij voor de broeders doet,+ en dat nog wel voor vreemden,+  die ten overstaan van de gemeente van uw liefde getuigenis hebben afgelegd. Wees zo goed* hen op weg te zenden op een wijze die God waardig is.+  Want ten behoeve van [zijn*] naam zijn zij uitgegaan, zonder iets van de mensen uit de natiën aan te nemen.+  Wij zijn daarom verplicht zulke personen gastvrij te ontvangen,+ opdat wij medewerkers in de waarheid* mogen worden.+  Ik heb het een en ander aan de gemeente geschreven, maar Dio̱trefes, die graag de eerste plaats onder hen inneemt,*+ ontvangt niets+ van ons met achting.+ 10  Daarom zal ik, als ik kom, zijn werken in herinnering brengen, die hij blijft doen,+ terwijl hij met boosaardige woorden over ons snatert.+ En daarmee nog niet tevreden,* ontvangt hij ook zelf de broeders+ niet met achting, en degenen die hen willen ontvangen,+ tracht hij hiervan te weerhouden*+ en uit de gemeente te werpen.+ 11  Geliefde, volg het slechte niet na, maar het goede.+ Wie het goede doet, spruit uit God voort.+ Wie het slechte doet, heeft God niet gezien.+ 12  Aangaande Deme̱trius is door hen allen getuigenis afgelegd+ en ook door de waarheid zelf. Ja, ook wij leggen getuigenis af,+ en gij weet dat het getuigenis dat wij geven, waar is.+ 13  Ik had u vele dingen te schrijven, toch wens ik u niet met inkt en pen* verder te schrijven.+ 14  Maar ik hoop u weldra te zien, en wij zullen van aangezicht tot aangezicht* spreken.+ Moge vrede u ten deel vallen.+ De vrienden zenden u hun groeten.+ Breng mijn groeten over+ aan de vrienden bij name.

Voetnoten

Of: „oudste; ouderling.” Gr.: pre·sbuʹte·ros.
Of: „in de waarheid.”
„Dat gij . . . voorspoedig moogt zijn.” Lett.: „[dat] gij . . . op een goede weg geleid wordt.”
Lett.: „uitermate.”
„Kwamen.” Gr.: er·choʹme·non, doelend op een komst in het verleden.
Of: „Gij zult er goed aan doen.”
Of: „de.”
Of: „werkers met de waarheid.”
Lett.: „degene die graag de eerste . . . wil zijn.”
„Niet tevreden.” Lett.: „niet voldaan zijnd.”
Of: „blijft hij hiervan weerhouden; probeert hij gewoontegetrouw hiervan te weerhouden.”
Lett.: „riet.”
Lett.: „mond tot mond.”