Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

2 Kronieken 17:1-19

17  En zijn zoon Jo̱safat+ begon in zijn plaats te regeren en zijn positie te verstevigen over I̱sraël.  Voorts legde hij strijdkrachten in alle versterkte steden van Ju̱da en plaatste garnizoenen in het land Ju̱da en in de steden van E̱fraïm die zijn vader A̱sa ingenomen had.+  En Jehovah was voortdurend met Jo̱safat,+ omdat hij de vroegere wegen van zijn voorvader Da̱vid bewandelde+ en de Ba̱äls niet zocht.+  Want hij zocht de God van zijn vader+ en wandelde in diens gebod+ en niet naar hetgeen I̱sraël deed.+  En Jehovah hield het koninkrijk stevig bevestigd in zijn hand;+ en heel Ju̱da bleef Jo̱safat geschenken geven,+ en hij kreeg rijkdom en heerlijkheid in overvloed.+  En zijn hart werd stoutmoedig in de wegen+ van Jehovah, en hij verwijderde zelfs de hoge plaatsen+ en de heilige palen+ uit Ju̱da.  En in het derde jaar van zijn regering ontbood hij zijn vorsten, namelijk Ben-Ha̱ïl en Oba̱dja en Zachari̱a en Netha̱neël en Micha̱ja, om te onderwijzen in de steden van Ju̱da,  en met hen de levieten, Sema̱ja en Netha̱nja en Zeba̱dja en A̱saël en Semi̱ramoth en Jo̱nathan en Ado̱nia en Tobi̱a en Tob-Ado̱nia, de levieten, en met hen de priesters+ Elisa̱ma en Jo̱ram.  En zij gingen onderwijzen+ in Ju̱da, en zij hadden het boek van Jehovah’s wet bij zich;+ en zij gingen steeds rond in alle steden van Ju̱da en onderwezen onder het volk. 10  En de angst+ voor Jehovah kwam over alle koninkrijken van de landen die rondom Ju̱da lagen, en ze streden niet tegen Jo̱safat.+ 11  En van de Filistijnen bracht men Jo̱safat geschenken+ en geld als schatting.+ Ook de Arabieren+ brachten hem kleinveekudden: zevenduizend zevenhonderd rammen en zevenduizend zevenhonderd bokken.+ 12  En Jo̱safat werd gaandeweg bovenmatig groot;+ en hij bouwde voorts versterkte plaatsen+ en voorraadsteden+ in Ju̱da. 13  En er waren veel belangen die de zijne werden in de steden van Ju̱da; en krijgslieden,+ dappere, sterke mannen,+ waren er in Jeru̱zalem. 14  En dit waren hun ambten naar het huis van hun voorvaders: Van Ju̱da de oversten van duizend: A̱dna, de overste, en met hem waren er driehonderdduizend dappere, sterke mannen.+ 15  En onder zijn leiding stond Joha̱nan, de overste, en met hem waren er tweehonderd tachtig duizend. 16  En onder zijn leiding stond Ama̱sia, de zoon van Zi̱chri, die zich vrijwillig+ aan Jehovah aangeboden had, en met hem waren er tweehonderdduizend dappere, sterke mannen. 17  En uit Be̱njamin+ was er de dappere, sterke man E̱ljada, en met hem waren er tweehonderdduizend man, uitgerust met boog en schild.+ 18  En onder zijn leiding stond Jo̱zabad, en met hem waren er honderd tachtig duizend man, toegerust voor het leger. 19  Dit waren degenen die de koning dienden, afgezien van degenen die de koning in de versterkte steden+ in heel Ju̱da had ondergebracht.

Voetnoten