Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Onlinebijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

1 Johannes 4:1-21

4  Geliefden, gelooft niet elke geïnspireerde uiting,*+ maar beproeft de geïnspireerde uitingen* om te zien of ze uit God voortspruiten,+ want er zijn vele valse profeten tot de wereld uitgegaan.+  Hieraan onderkent GIJ de geïnspireerde uiting die van God afkomstig is:+ Elke geïnspireerde uiting die Jezus Christus als in het vlees gekomen belijdt, spruit uit God voort,+  maar elke geïnspireerde uiting die Jezus niet belijdt, spruit niet uit God voort.+ Wat meer is, dit is de [geïnspireerde uiting] van de antichrist, waarvan GIJ gehoord hebt dat hij zou komen,+ en nu is hij reeds in de wereld.+  GIJ spruit uit God voort, kindertjes, en GIJ hebt die [personen] overwonnen,+ omdat hij die in eendracht met U is,+ groter is+ dan hij die in eendracht met de wereld is.+  Zij spruiten uit de wereld voort;+ daarom spreken zij [dat wat voortkomt] uit de wereld, en de wereld luistert naar hen.+  Wij spruiten uit God voort.+ Wie de kennis van God verwerft, luistert naar ons;+ wie niet uit God voortspruit, luistert niet naar ons.+ Op deze wijze onderkennen wij de geïnspireerde uiting van waarheid en de geïnspireerde uiting van dwaling.+  Geliefden, laten wij elkaar blijven liefhebben,+ want de liefde+ komt van God, en een ieder die liefheeft, is uit God geboren+ en verwerft de kennis van God.+  Wie niet liefheeft, heeft God niet leren kennen, want God is liefde.+  Hierdoor werd de liefde Gods in ons geval openbaar gemaakt,+ dat God zijn eniggeboren* Zoon+ naar de wereld heeft uitgezonden, opdat wij door bemiddeling van hem leven zouden verwerven.+ 10  De liefde bestaat in dit opzicht niet hierin dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft uitgezonden als zoenoffer*+ voor onze zonden.+ 11  Geliefden, als God ons zó heeft liefgehad, zijn ook wij verplicht elkaar lief te hebben.+ 12  Nooit heeft iemand God aanschouwd.+ Indien wij elkaar blijven liefhebben, blijft God in ons en wordt zijn liefde in ons tot volmaaktheid gebracht.+ 13  Hierdoor komen wij te weten dat wij in eendracht met hem blijven+ en hij in eendracht met ons:+ dat hij ons zijn geest heeft gegeven.+ 14  Bovendien hebben wij zelf aanschouwd+ en leggen er getuigenis van af+ dat de Vader zijn Zoon als Redder van de wereld heeft uitgezonden.+ 15  Al wie de belijdenis aflegt dat Jezus Christus* de Zoon van God is,+ met zo iemand blijft God in eendracht en hij in eendracht met God.+ 16  En wij, wij hebben de liefde+ die God in ons geval heeft, leren kennen en [erin] geloofd. God is liefde,+ en wie in de liefde blijft,+ blijft in eendracht met God en God blijft in eendracht+ met hem. 17  Op deze wijze is de liefde bij ons tot volmaaktheid gebracht, dat wij vrijmoedigheid van spreken*+ hebben op de oordeelsdag,+ want zoals hij is, zo zijn ook wij in deze wereld.+ 18  Er is in de liefde geen vrees,+ maar volmaakte liefde werpt vrees buiten,+ want vrees legt een beperking* op. Ja, wie vreest, is niet tot volmaaktheid gebracht in de liefde.+ 19  Wat ons betreft, wij hebben lief omdat hij ons eerst heeft liefgehad.+ 20  Indien iemand de bewering uit: „Ik heb God lief” en toch zijn broeder haat, is hij een leugenaar.+ Want wie zijn broeder, die hij heeft gezien, niet liefheeft,+ kan God, die hij niet heeft gezien,+ niet liefhebben. 21  En dit gebod hebben wij van hem,+ dat degene die God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.+

Voetnoten

„Geïnspireerde uiting.” Lett.: „geest.” Gr.: pneuʹma·ti; Lat.: spi·riʹtu·i; J17,18,22(Hebr.): roeʹach.
Of: „beproeft de geesten.” Lett.: „beproeft voortdurend de geesten.”
„Eniggeboren.” Gr.: mo·noʹge·ne; Lat.: u·ni·geʹni·tum.
Zie 2:2 vtn.
„Christus”, B; אAVgSyh laten het weg.
„Vrijmoedigheid van spreken.” Lett.: „vrijmoedigheid (openhartigheid).”
Of: „beteugeling; correctie; straf.” Lett.: „afkapping.” Gr.: koʹla·sin. Vgl. Mt 25:46, waar hetzelfde Gr. woord voorkomt.