Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Online Bijbel | NIEUWE-WERELDVERTALING VAN DE HEILIGE SCHRIFT (EDITIE 2004)  Zie herziening van 2017

1 Korinthiërs 13:1-13

13  Al spreek ik de talen+ van mensen en van engelen, maar heb geen liefde, dan ben ik een klinkend [stuk] koper of een schallende cimbaal+ geworden.  En al heb ik de gave van profeteren+ en ben vertrouwd met alle heilige geheimen+ en alle kennis,+ en al bezit ik al het geloof, zodat ik bergen kan verzetten,*+ maar heb geen liefde, dan ben ik niets.+  En al geef ik al mijn bezittingen om anderen te spijzigen,+ en al geef ik mijn lichaam over+ om te kunnen roemen, maar heb geen liefde,+ dan baat het mij in het geheel niet.  De liefde*+ is lankmoedig+ en vriendelijk.+ De liefde is niet jaloers,+ ze snoeft niet,+ wordt niet opgeblazen,+  gedraagt zich niet onbetamelijk,+ zoekt niet haar eigen belang,+ wordt niet geërgerd.+ Ze rekent het kwade niet aan.+  Ze verheugt zich niet over onrechtvaardigheid,+ maar verheugt zich met de waarheid.+  Ze verdraagt alle dingen,+ gelooft alle dingen,+ hoopt alle dingen,+ verduurt alle dingen.+  De liefde faalt nimmer.+ Maar hetzij er [gaven van] profeteren zijn, ze zullen worden weggedaan; hetzij er talen zijn, ze zullen ophouden; hetzij er kennis is, ze zal worden weggedaan.*+  Want wij hebben gedeeltelijke kennis*+ en wij profeteren gedeeltelijk;+ 10  wanneer echter het volledige gekomen is,+ zal dat wat gedeeltelijk is, worden weggedaan. 11  Toen ik een klein kind was, placht ik als een klein kind te spreken, als een klein kind te denken, als een klein kind te overleggen; nu ik echter een man+ ben geworden, heb ik de [trekken] van een klein kind weggedaan. 12  Want op het ogenblik zien wij door middel van een metalen spiegel vage omtrekken,*+ maar dan van aangezicht tot aangezicht.+ Op het ogenblik ken ik gedeeltelijk,* maar dan zal ik nauwkeurig kennen, evenals ik nauwkeurig gekend word.+ 13  Nu blijven echter geloof, hoop, liefde, deze drie; maar de grootste van deze is de liefde.*+

Voetnoten

Lett.: „om . . . te blijven verzetten.”
„De liefde.” Gr.: he aʹga·pe.
Lett.: „ze zal krachteloos worden gemaakt.”
Of: „wij nemen voortdurend gedeeltelijke kennis in ons op.”
„Vage omtrekken.” Lett.: „in duistere (raadselachtige) uitdrukking.”
Of: „neem ik voortdurend gedeeltelijke kennis in mij op.”
„De liefde.” Gr.: he aʹga·pe; Lat.: caʹri·tas; J17,18(Hebr.): ha·ʼa·havahʹ, „de liefde”.