18 JULI 2025
SRI LANKA
Links: Het gebouw van het Hooggerechtshof van Sri Lanka. Rechts (van links naar rechts): J.A.D.M. Malkanthi, M.A. Suneetha Kalyani de Silva, R.A. Niruja en Tisuri Ama Liyanage in mei 2025
Hooggerechtshof van Sri Lanka doet na 11 jaar gunstige uitspraak in zaak rond mensenrechten
Op 21 mei 2025 heeft het Hooggerechtshof van Sri Lanka een gedenkwaardige uitspraak gedaan die een belangrijke mijlpaal vormt voor de godsdienstvrijheid in het land. Na 11 jaar van beraad en gerechtelijke procedures heeft het Hof bepaald dat plaatselijke autoriteiten het recht hebben geschonden van vier van onze zusters om hun geloof vreedzaam te belijden. De positieve uitspraak is om meerdere redenen een belangrijke juridische overwinning voor Jehovah’s aanbidders in Sri Lanka. Allereerst bevestigt deze het grondwettelijke recht van Jehovah’s Getuigen om hun geloof op een vreedzame manier met anderen te delen. Daarnaast dient de uitspraak als een voorbeeld van respect voor godsdienstvrijheid voor de hele regio Zuid-Azië.
In oktober 2014 waren vier zusters in de velddienst in het dorp Kirama in het zuiden van Sri Lanka. Plotseling kwam een vijandige menigte op ze af. Toen de politie arriveerde, arresteerden ze ten onrechte de vier vrouwen in plaats van de menigte weg te sturen. De zusters werden de hele nacht gevangengehouden zonder enige vorm van aanklacht. Ook werden ze in afzonderlijke cellen geplaatst samen met gewelddadige criminelen. Maar de zusters bleven kalm en lieten tijdens deze beproeving zien dat ze op Jehovah vertrouwden. De volgende dag werden ze vrijgelaten.
Een maand later, in november 2014, wees de plaatselijke rechterlijk ambtenaar de zaak af. Maar de vier zusters waren van mening dat hun mensenrechten waren geschonden, dus besloten ze een klacht in te dienen bij de Commissie voor de Rechten van de Mens en het Hooggerechtshof van Sri Lanka. Uiteindelijk bepaalde het Hof in mei 2025 dat de autoriteiten tijdens het incident de rechten van de zusters inderdaad hadden geschonden. De plaatselijke politiecommissaris en de overheid kregen de opdracht elke zuster financieel te compenseren. Na de uitspraak van het Hooggerechtshof zei zuster Malkanthi: ‘Deze uitspraak is niet alleen een overwinning voor ons vieren. Deze overwinning is voor alle broeders en zusters in Sri Lanka weer een bevestiging van ons recht om Jehovah op een vreedzame manier te aanbidden. Gods belofte in Jesaja 54:17 dat “geen enkel wapen dat tegen je gesmeed wordt, succes zal hebben” is nog nooit zo reëel voor me geweest als nu!’
Net als onze broeders en zusters in Sri Lanka zijn we blij met deze positieve uitspraak, die nogmaals hun recht bevestigt om ‘een kalm en rustig leven te blijven leiden met volledige toewijding aan God’ (1 Timotheüs 2:2).

