Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

12 OKTOBER 2016
ZUID-KOREA

Strafblad voor gewetensbezwaarde dienstweigeraars zorgt voor nog meer onrecht

Strafblad voor gewetensbezwaarde dienstweigeraars zorgt voor nog meer onrecht

Met een fijne vakantie in Japan in het vooruitzicht stapten Hyun-jun Gwon en Gwang-taek Oh in januari 2016 aan boord van een vliegtuig in Zuid-Korea. Op de luchthaven van de Japanse stad Nagoya sloten ze aan in de rij voor immigratiecontrole, in de verwachting dat ze zonder bijzonderheden tot Japan zouden worden toegelaten. In plaats daarvan werden ze ondervraagd door immigratieambtenaren omdat hun reisdocumenten strafrechtelijke veroordelingen toonden.

De twee jonge mannen legden uit dat ze beiden een gevangenisstraf hadden uitgezeten voor het weigeren van militaire dienst op grond van gewetensbezwaren, en dat hun standpunt een internationaal erkend recht is. De ambtenaren weigerden hun echter de toegang tot Japan. Daaropvolgende verzoeken aan het Japanse consulaat in Zuid-Korea leverden niets op. Deze jonge mannen leerden een harde les: opkomen voor hun vreedzame geloofsovertuigingen zou verreikende en blijvende gevolgen hebben die hun levens op onverwachte manieren zouden blijven beïnvloeden.

Het onrecht stopt niet

Zuid-Korea biedt gewetensbezwaarde dienstweigeraars slechts twee mogelijkheden: concessies doen en in militaire dienst gaan, of een gevangenisstraf uitzitten. Het ontbreken van een andere optie voor gewetensbezwaarde dienstweigeraars in Zuid-Korea is in strijd met internationale mensenrechtenverdragen. * Wat het onrecht nog groter maakt is het permanente strafblad, dat hun blijft achtervolgen. De regering weigert het strafblad te wissen. Hierdoor worden hun vooruitzichten op werk sterk beperkt, net als het reizen naar plaatsen zoals Japan — een gebruikelijke bestemming voor Zuid-Koreanen.

Andere mannen die in Zuid-Korea zijn veroordeeld voor dienstweigering op grond van gewetensbezwaren ervaren hetzelfde onrecht. Zo reisde Jin-mo Kang met zijn Japanse vrouw Kotomi in december 2011 naar Japan voor een familiebezoek. Kang werd de toegang tot Japan geweigerd wegens zijn strafblad als gewetensbezwaarde dienstweigeraar en werd gedwongen zijn vrouw achter te laten in Japan, terwijl hij terugkeerde naar Zuid-Korea. Hoewel hij het opnieuw heeft geprobeerd, hebben de immigratieambtenaren hem nog niet toegelaten tot Japan.

Een uitzondering, niet de regel

Japan is een uitzondering in het verklaren van een gewetensbezwaarde dienstweigeraar tot persona non grata. In het geval van Oh werd er door het Japanse consulaat in Zuid-Korea echter uiteindelijk een reisvisum verstrekt. Hij toonde de ambtenaren van het consulaat een uitnodiging van vrienden in Japan die voorzieningen hadden getroffen voor zijn verblijf, en gaf andere garanties. Begin juli 2016 werd hij toegelaten tot Japan.

In tegenstelling tot Japan erkennen de meeste andere democratische landen dat gewetensbezwaarde dienstweigeraars geen criminelen zijn en laten zij hen het land in, ondanks hun strafblad. Sommige landen gaan veel verder dan dat. Australië, Canada en Frankrijk hebben asiel verleend aan Zuid-Koreaanse dienstweigeraars. Dit is in overeenstemming met de meest recente resolutie van de VN-Mensenrechtenraad over dit onderwerp. Deze resolutie moedigt staten aan ‘om te overwegen asiel te verlenen aan die gewetensbezwaarde dienstweigeraars die een goed gefundeerde angst voor vervolging hebben in hun land van afkomst wegens hun weigering om militaire dienst te verrichten wanneer er geen voorziening, of geen adequate voorziening, is voor dienstweigering op grond van gewetensbezwaren’. *

Wettelijke vertegenwoordigers van Jehovah’s Getuigen werken samen met Japanse ambtenaren om tot een oplossing te komen. André Carbonneau, een advocaat op het gebied van internationale mensenrechten, zegt: ‘De succesvolle toelating tot Japan van meneer Oh illustreert dat het niet zo moeilijk is om deze mannen tegemoet te komen. Het is simpelweg een kwestie van het implementeren van standaard beleid door de Japanse autoriteiten waarin erkend wordt dat gewetensbezwaarde dienstweigeraars vreedzame personen zijn en geen criminelen en die, ondanks hun strafblad, tot het land toegelaten zouden moeten worden.’

Zal Zuid-Korea het onrecht herstellen?

De internationale gemeenschap erkent dat gewetensgevangenen geen criminelen zijn. Het VN-Mensenrechtencomité (CCPR) heeft sinds 2006 herhaaldelijk een oordeel uitgesproken tegen Zuid-Korea voor het gevangenzetten van gewetensbezwaarden. Het CCPR heeft de gevangenzetting van gewetensbezwaarde dienstweigeraars aangemerkt als ‘willekeurige detentie’ en heeft er bij de regering op aangedrongen om wetgeving aan te nemen dat het recht op dienstweigering op grond van gewetensbezwaren beschermt. In zijn oordelen geeft het CCPR Zuid-Korea verder de instructie om het strafblad te wissen van degenen die een gevangenisstraf hebben uitgezeten als gewetensbezwaarde dienstweigeraars. *

Zuid-Korea blijft de uitspraken van het CCPR negeren. Als partij bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Facultatieve Protocol hierbij, heeft Zuid-Korea echter zichzelf verplicht om de oordelen van het CCPR na te leven, ook wanneer deze in strijd zijn met nationaal recht.

Totdat Zuid-Korea zich houdt aan internationale standaarden en dienstweigering op grond van gewetensbezwaren erkent, zullen nog eens honderden burgers lijden onder het onrecht van gevangenzetting, dat nog wordt vergroot door de bestempeling als crimineel. * Jehovah’s Getuigen kijken uit naar de dag dat Zuid-Korea het recht op dienstweigering op grond van gewetensbezwaren zal erkennen en zal stoppen met de criminalisering van gewetensdaden. Ondertussen hopen Zuid-Koreanen zoals Gwon en Oh dat de Japanse autoriteiten het toelaten van gewetensbezwaarde dienstweigeraars tot Japan zullen invoeren als standaard beleid.

^ ¶5 Op dit moment is Zuid-Korea een van de slechts vier landen waar Jehovah’s Getuigen gevangen worden gezet voor hun dienstweigering op grond van gewetensbezwaren. De meeste landen met een militaire dienstplicht respecteren het recht op dienstweigering op grond van gewetensbezwaren door te voorzien in een vorm van vervangende burgerdienst die niet onder het leger valt, of een vorm van vrijstelling.

^ ¶9 Zie Resolutie 24/17 van de Mensenrechtenraad, Conscientious objection to military service, 8 oktober 2013.

^ ¶12 Zie communications no. 1642-1741/2007 van het VN-Mensenrechtencomité, Jeong et al v. The Republic of Korea, 24 maart 2011.

^ ¶14 In de afgelopen vijf jaar zijn er in Zuid-Korea 2701 jonge Getuigen gevangengezet wegens dienstweigering op grond van gewetensbezwaren.