Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

ZUID-KOREA

Gevangengezet vanwege hun geloof

Gevangengezet vanwege hun geloof

Er zijn al ruim 100 jaar Getuigen van Jehovah in Zuid-Korea en ze genieten er godsdienstvrijheid. Die vrijheid geldt alleen niet voor de Getuigen die als gewetensbezwaarden militaire dienst weigeren. Al vanaf de Koreaanse Oorlog worden jonge Getuigen in Zuid-Korea strafrechtelijk vervolgd als ze militaire dienst weigeren. De regering voorziet niet in een mogelijkheid tot vervangende dienst. Dit heeft ertoe geleid dat ruim 18.000 Getuigen vanwege hun standpunt in totaal 36.000 jaar gevangen hebben gezeten.

De kijk van de internationale gemeenschap op principiële dienstweigering

Het VN-Mensenrechtencomité (CCPR), dat toeziet op de uitvoering van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), heeft steeds geoordeeld dat Zuid-Korea * de rechten van gewetensbezwaarden schendt door ze te veroordelen en gevangen te zetten. Recentelijk, op 14 januari 2015, publiceerde het CCPR haar vijfde beslissing tegen Zuid-Korea over dit onderwerp. De beslissing, die betrekking heeft op 50 Getuigen in gevangenschap, hield in dat Zuid-Korea hun recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst schendt; uitspraken die het CCPR eerder ook al deed. Het CCPR stelde ook vast dat de overheid zich schuldig maakt aan ‘arbitraire detentie’ door de mannen te straffen met gevangenschap voor het uitoefenen van een recht dat wordt gewaarborgd door het IVBPR.

Na het beschouwen van de hele mensenrechtensituatie in Zuid-Korea formuleerde het CCPR op 3 november 2015 zijn slotconclusies. Het CCPR verzocht de regering van Zuid-Korea dringend om alle gewetensbezwaarden vrij te laten, hun strafblad uit te wissen en om naast adequate compensatie te zorgen voor nieuwe wetgeving die voorziet in vervangende burgerdienst. Het gaf verder aan dat de regering ‘de Standpunten die het [CCPR] tot nu toe heeft geuit ook volledig zou moeten overnemen’.

Het standpunt van Zuid-Korea

De binnenlandse druk op de regering om wetgeving aan te nemen die voorziet in acceptabele vervangende dienst voor gewetensbezwaarden neemt toe. Rechters van districtsrechtbanken hebben negen Getuigen die dienst weigerden op grond van gewetensbezwaren onschuldig verklaard inzake het ontduiken van dienstplicht. Enkele districtsrechtbanken hebben zaken doorverwezen naar het Constitutionele Hof. Op 9 juli 2015 hield dit Hof een hoorzitting om te onderzoeken in hoeverre het weigeren van de regering om het recht op principiële dienstweigering te erkennen grondwettelijk is. Het Hof heeft twee keer geoordeeld, in 2004 en 2011, dat het gebrek aan erkenning van het recht op principiële dienstweigering in de Wet op militaire dienst geen schending van de Grondwet vormt. Een uitspraak wordt spoedig verwacht.

Tijdlijn

  1. 31 juli 2016

    In totaal zitten 395 Getuigen gevangen vanwege principiële dienstweigering.

  2. 3 november 2015

    Het CCPR formuleert slotconclusies en dringt er bij de regering van Zuid-Korea op aan om te komen met een programma voor vervangende burgerdienst.

  3. 9 juli 2015

    Het Constitutionele Hof beschouwt of bepaalde artikelen uit de Wet op militaire dienst grondwettelijk zijn.

  4. 14 januari 2015

    Het CCPR neemt Standpunten in, waarbij wordt geoordeeld dat Zuid-Korea artikel 18 (recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst) en artikel 9 (verbod op arbitraire detentie) van het IVBPR heeft geschonden door 50 Getuigen het recht op principiële dienstweigering te ontzeggen en hen gevangen te zetten.

  5. 30 juni 2014

    28 zaken in behandeling bij het Constitutionele Hof wegens principiële dienstweigering; 618 mannen zitten gevangen.

  6. 28 januari 2014

    De president verleent speciale amnestie en stemt in met voorwaardelijke invrijheidstelling waardoor de straffen van zo’n 100 Getuigen die wegens dienstweigering gevangenzitten, met 1 à 2 maanden verkort worden; op 31 januari zitten 513 Getuigen gevangen.

  7. november 2013

    In totaal zitten 599 Getuigen gevangen vanwege principiële dienstweigering.

  8. april 2013

    70 procent van de Getuigen zit in een cel met geloofsgenoten, gescheiden van de andere gevangenen.

  9. 25 oktober 2012

    Het CCPR neemt Standpunten in, waarbij wordt geoordeeld dat Zuid-Korea artikel 18 (recht inzake de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst) van het IVBPR geschonden heeft door 388 Getuigen het recht op principiële dienstweigering te ontzeggen.

  10. 30 augustus 2011

    Constitutionele Hof bepaalt dat de wetten die dienstweigering op basis van gewetensbezwaar strafbaar stellen, geen schending zijn van de Koreaanse Grondwet.

  11. 24 maart 2011

    Het CCPR neemt Standpunten in, waarbij wordt geoordeeld dat Zuid-Korea artikel 18 van het IVBPR geschonden heeft door 100 Getuigen het recht op principiële dienstweigering te ontzeggen.

  12. 15 januari 2009

    Presidentiële commissie die onderzoek doet naar verdachte sterfgevallen in het leger bevestigt in een rapport dat de regering van Zuid-Korea verantwoordelijk was voor de dood van vijf jonge Getuigen, die in de periode 1975-1985 gevangenzaten wegens principiële dienstweigering.

  13. december 2008

    Zuid-Korea verwerpt plan om vervangende dienst voor gewetensbezwaarden mogelijk te maken.

  14. 18 september 2007

    Ministerie van Defensie kondigt plan aan om personen die uit religieuze overtuiging dienst weigeren, vervangende dienst te laten doen; het Ministerie belooft ook de wetten inzake dienstplicht en militaire reserve te herzien.

  15. 3 november 2006

    Het CCPR neemt Standpunten in, waarbij wordt geoordeeld dat Zuid-Korea artikel 18 van het IVBPR geschonden heeft door 2 Getuigen het recht op principiële dienstweigering te ontzeggen.

  16. 26 augustus 2004

    Constitutionele Hof bevestigt de grondwettigheid van de wet die principiële dienstweigering strafbaar stelt.

  17. 2001

    Bureau voor Defensiepersoneel beëindigt gedwongen inschrijving, en gevangenisstraffen worden van de verplichte 3 jaar teruggebracht tot 1,5 jaar.

  18. 1 december 1985

    Kim Young-geun overlijdt aan de gevolgen van de gruwelijke mishandeling door militairen tijdens zijn gevangenschap wegens dienstweigering.

  19. 17 augustus 1981

    Kim Sun-tae overlijdt aan de gevolgen van de gruwelijke mishandeling door militairen tijdens zijn gevangenschap wegens dienstweigering.

  20. 28 maart 1976

    Jeong Sang-bok overlijdt nadat hij door militairen hevig geslagen en wreed mishandeld is als reactie op zijn dienstweigering.

  21. 19 maart 1976

    Lee Choon-gil overlijdt aan een gescheurde milt nadat hij tijdens zijn gevangenschap wegens dienstweigering hevig geslagen is door de militaire politie.

  22. 14 november 1975

    Kim Jong-sik overlijdt nadat hij door militaire officieren hevig geslagen en gemarteld is als reactie op zijn dienstweigering.

  23. 1975

    President Park Jeong-hee voert algehele dienstplicht in, zonder mogelijkheid tot vrijstelling. Getuigen van Jehovah worden vastgezet in militaire rekruteringscentra.

  24. 30 januari 1973

    Speciaal Besluit over de strafbaarheid van dienstweigering treedt in werking, waarmee de maximumstraffen voor gewetensbezwaarden worden verhoogd van 3 naar 10 jaar. Sommige worden herhaaldelijk opgeroepen.

  25. 1953

    Zuid-Korea begint met het gevangenzetten van gewetensbezwaarden die militaire dienst weigeren.

^ ¶4 Zuid-Korea is een van de ondertekenaars van het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) en ook van het eerste facultatieve protocol behorend bij het Verdrag. Inwoners van Zuid-Korea hebben daardoor de mogelijkheid schendingen van het Verdrag bij het CCPR te melden.