Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

18 NOVEMBER 2013
WERELDWIJD

Denk aan degenen die gevangenzitten

„Het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst” is een fundamenteel mensenrecht, zo zegt artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. * In sommige landen worden Jehovah’s Getuigen die gebruikmaken van dit fundamentele recht, gevangengezet of zelfs wreed mishandeld. De meesten van hen zijn jonge mannen die op grond van gewetensbezwaren militaire dienst weigeren. Andere Getuigen zijn alleen vanwege hun geloof gevangengezet.

Ondanks deze schending van hun rechten houden Jehovah’s Getuigen vast aan hun geloof. Regeringen die mensenrechten niet respecteren gooien vooral hun eigen reputatie te grabbel. In de onderstaande tabel wordt vermeld in welke gebieden Jehovah’s Getuigen gevangengehouden worden door de overheid en hoeveel er in elk gebied gevangenzitten.

WAAR?

GEDETINEERDE GETUIGEN

 Eritrea

52

 Zuid-Korea

599

 Nagorno-Karabach

1

 Singapore

18

 Turkmenistan

9

Totaal

679

Lijst van gedetineerde Getuigen op 12 november 2013

 ERITREA

Volgens de laatste berichten worden 52 Getuigen van Jehovah, zowel mannen als vrouwen, gevangengehouden onder extreme omstandigheden. Geen van hen is formeel aangeklaagd of berecht, maar ze worden vastgehouden vanwege principiële dienstweigering of religieuze activiteiten, of om onbekende redenen. Drie mannen — Paulos Eyassu, Isaac Mogos en Negede Teklemariam — zitten al bijna twintig jaar, vanaf 24 september 1994, vast omdat ze op grond van hun geweten militaire dienst geweigerd hebben. Misghina Gebretinsae en Yohannes Haile, twee Getuigen van in de zestig, zijn in de gevangenis gestorven. Sinds Eritrea in 1993 onafhankelijk werd, zijn Jehovah’s Getuigen in dit land voortdurend lastiggevallen, gevangengezet en gemarteld.

 ZUID-KOREA

Momenteel zitten 599 jonge Getuigen een gevangenisstraf van anderhalf jaar uit vanwege principiële dienstweigering. Al vanaf de Koreaanse Oorlog heeft Zuid-Korea jonge Getuigen die militaire dienst weigeren strafrechtelijk vervolgd en heeft het niet in een mogelijkheid tot vervangende dienstplicht voorzien. In deze periode heeft Zuid-Korea 17.549 Getuigen veroordeeld tot een totaal van 34.100 jaar gevangenisstraf vanwege principiële dienstweigering. Het land weigert zich te houden aan de afspraken in internationale verdragen die het heeft ondertekend en wil de fundamentele rechten van gewetensbezwaarden niet erkennen. Zie voor meer informatie het artikel Internationale verontwaardiging over onrecht in Zuid-Korea.

 NAGORNO-KARABACH

Een twintigjarige Getuige van Jehovah zit als principieel dienstweigeraar gevangen omdat er in Nagorno-Karabach geen voorzieningen voor vervangende dienstplicht zijn. Op 30 december 2011 is hij tot dertig maanden gevangenisstraf veroordeeld en op 29 januari 2013 is zijn verzoek om vervroegde vrijlating afgewezen. Een verzoek om vrijlating vanwege aanhoudende gezondheidsproblemen is afgewezen door het gevangenisbestuur.

 SINGAPORE

In Singapore bestaat een militaire dienstplicht en worden de rechten van principiële dienstweigeraars niet erkend. Achttien jonge Getuigen van Jehovah die hun door de Bijbel gevormde geweten willen volgen, zitten een straf van 39 maanden uit in de militaire gevangenis. Een andere Getuige is in augustus 2013 vrijgelaten nadat hij een jaar had vastgezeten vanwege weigering om als reservist opgeroepen te worden.

 TURKMENISTAN

In Turkmenistan zitten momenteel negen Getuigen vast: acht vanwege principiële dienstweigering en één vanwege ongegronde beschuldigingen. De mannen zitten een gevangenisstraf van 12 tot 24 maanden uit en worden vaak genadeloos geslagen door bewakers en soldaten. Verschillenden zijn na hun vrijlating vervolgd als „recidivist” en naar een zwaarder bewaakte gevangenis overgebracht.

^ ¶2 Zie ook artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.