Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

22 SEPTEMBER 2014
TURKMENISTAN

Moeder in Turkmenistan vrijgelaten

Moeder in Turkmenistan vrijgelaten

Bibi Rahmanova met haar gezin

In de avond van 2 september 2014 is Bibi Rahmanova uit de gevangenis vrijgelaten, hoewel ze niet is vrijgesproken. Eerder op de dag hadden de rechters van de rechtbank in Daşoguz haar beroep behandeld. Hoewel ze Bibi niet vrijspraken van de valse beschuldigingen, zetten ze haar gevangenisstraf van vier jaar om in een voorwaardelijke straf * en gaven ze het bevel haar meteen vrij te laten. De rechters zeiden in hun uitspraak dat ze rekening hielden met de verzachtende omstandigheden: het feit dat Bibi een vrouw en moeder van een vierjarig kind is en dat ze nog geen strafblad had.

Nadat Bibi op basis van valse beschuldigingen van „het aanvallen van een politieagent” en „hooliganisme” op 18 augustus veroordeeld was, tekende ze beroep aan. De politie had haar en haar man, Vepa, op 5 juli op een treinstation in Daşoguz lastiggevallen toen ze persoonlijke bezittingen kwamen ophalen, waaronder enkele religieuze publicaties. De aanklachten tegen Vepa werden later ingetrokken, maar Bibi werd op 8 augustus gevangengezet. In de gevangenis werd ze zwaar lichamelijk mishandeld.

Internationale aandacht voor onrecht in Turkmenistan

De buitenlandse advocaat van Bibi zegt dat de onverwachte vrijlating op zijn minst gedeeltelijk toe te schrijven is aan de internationale verontwaardiging over haar onterechte opsluiting.

Bibi’s zaak staat niet op zichzelf. Jehovah’s Getuigen in Turkmenistan hebben regelmatig te maken met ernstige schendingen van hun fundamentele mensenrechten. Acht Getuigen zitten in de gevangenis omdat ze vasthouden aan hun geloof. Zes van hen zitten vast vanwege gewetensbezwaren en twee op grond van valse beschuldigingen. Ze verblijven daar onder erbarmelijke omstandigheden en worden op allerlei manieren mishandeld.

Hoewel de rechters van de rechtbank in Daşoguz te prijzen zijn voor het feit dat Bibi’s situatie is verbeterd, hebben ze het onrecht niet ongedaan gemaakt. Iedereen die menselijke waardigheid belangrijk vindt, hoopt dat de Turkmeense autoriteiten de kwestie in zijn geheel zullen beoordelen en de normen van het internationale mensenrecht zullen toepassen zodat er in hun land godsdienstvrijheid zal bestaan.

^ ¶2 De rechtbank schorste haar gevangenisstraf en legde een voorwaardelijke straf op van vier jaar met een proeftijd van drie jaar. Tijdens de proeftijd moet Bibi goed gedrag tonen en mag ze niet zonder toestemming van de autoriteiten haar woonplaats verlaten of naar een andere plaats verhuizen.