Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

17 MAART 2014
TURKIJE

Turkije weigert te voldoen aan Europese norm inzake dienstweigering door gewetensbezwaarden

Turkije weigert te voldoen aan Europese norm inzake dienstweigering door gewetensbezwaarden

„Elke Turk is een geboren soldaat.” Dat wordt geleerd aan schoolkinderen, herhaald in politieke toespraken, en ingeprent bij mannen die voor militaire dienst worden opgeroepen. Er bestaat een dienstplicht voor alle mannelijke Turkse burgers en als iemand wordt opgeroepen, wordt dat gevierd. Misschien is het daarom niet zo verwonderlijk dat de Turkse regering weigert het fundamentele recht op dienstweigering door gewetensbezwaarden te erkennen.

Turkije is een van de weinige landen binnen de Raad van Europa dat de rechten van gewetensbezwaarde dienstweigeraars niet erkent.

Maar aangezien Turkije een lidstaat is van de Raad van Europa en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in zijn nationale wet heeft opgenomen, heeft het zichzelf verplicht om zich aan de Europese norm te houden. Sinds de uitspraak door de Grote Kamer van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Bayatyan v. Armenia is Turkije formeel aan de Raad van Europa verplicht om het recht op dienstweigering door gewetensbezwaarden te erkennen. Turkije weigert dit, en gewetensbezwaarden in dat land ondervinden daar de gevolgen van.

De afgelopen tien jaar hebben 55 Getuigen van Jehovah verzoekschriften bij de Turkse regering ingediend om hun recht op dienstweigering als gewetensbezwaarde te erkennen. Omdat hun verzoeken zijn afgewezen, hebben ze te maken gekregen met strafvervolging, hoge boetes en in sommige gevallen een jarenlange gevangenisstraf. Momenteel moeten vijftien jonge Getuigen in Turkije steeds opnieuw voorkomen vanwege dienstweigering.

’Ik moet naar de stem van mijn geweten luisteren’

„Ik vind dat een machtige Staat mij niet zou mogen dwingen om in te gaan tegen mijn door de Bijbel gevormde geweten en tegen de onder Gods leiding opgeschreven woorden in Jesaja 2:4, waar ik me naar mijn mening aan moet houden.” Dat bekende vers staat gegraveerd op een muur bij het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York. Het voorzegt over mensen die tegen oorlog zijn: „Zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen moeten smeden (...) ook zullen zij de oorlog niet meer leren.” Zo legde Feti Demirtaş, een Turks burger die op dat moment 25 jaar was, uit waarom hij bereid was een gevangenisstraf uit te zitten in plaats van in militaire dienst te gaan. Als Getuige van Jehovah vindt Feti het heel belangrijk om naar de stem van zijn door de Bijbel gevormde geweten te luisteren. Om die reden heeft hij al tien keer moeten voorkomen en heeft hij ruim anderhalf jaar gevangengezeten.

Toen Feti voor het eerst werd gearresteerd, gaf een sergeant hem de opdracht een militair uniform aan te trekken. Maar Feti weigerde — hij wilde niet tegen zijn geweten ingaan. Toen liet de commandant van de basis hem voor vierhonderd man verschijnen en kreeg hij opnieuw het bevel het uniform aan te doen. Opnieuw weigerde hij. Tijdens zijn eerste gevangenisstraf scholden bewakers hem uit, schopten hem tegen zijn hoofd, schouders en benen en sloegen hem in het gezicht.

Toen hij in april 2006 voor de vijfde keer gevangen werd gezet, dwongen bewakers Feti zich tot op zijn ondergoed uit te kleden en wilden ze dat hij een uniform zou aantrekken. Toen hij dat weigerde, werd hij vier dagen in de strafbarak gezet. In een poging zijn wil te breken, ketenden ze hem ’s nachts aan de ijzeren stijlen van zijn bed en overdag aan tralies. Feti vertelt: „Overdag was ik heel angstig en ’s nacht kon ik niet slapen vanwege mijn reële en constante angst voor een volgende mishandeling. Hoewel de manier waarop ik behandeld werd me emotioneel uitputte, bleef ik vastbesloten om mijn geweten te volgen.”

Het EHRM komt op voor gewetensbezwaarden

In 2007 maakte Feti Demirtaş zijn zaak aanhangig bij het EHRM. Hij voerde aan dat de Turkse regering zijn rechten had geschonden door hem als gewetensbezwaarde tot gevangenisstraf te veroordelen. Op 17 januari 2012 besliste het EHRM in zijn voordeel en bevestigde het dat Feti een onmenselijke en vernederende behandeling had ondergaan, die veel pijn en lijden veroorzaakt had. Bovendien bevestigde het EHRM dat het recht op dienstweigering op grond van een vaste religieuze overtuiging gewaarborgd wordt door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. *

Gezien de duidelijke uitspraak van het EHRM verwachtte Feti dat de Turkse autoriteiten hem niet meer zouden dagvaarden. De Turkse regering heeft hem in opdracht van het EHRM zelfs 20.000 euro betaald voor geleden schade en gemaakte onkosten. Maar slechts vier maanden na de uitspraak van het EHRM in de zaak Feti Demirtaş v. Turkey werd Feti door een militaire rechtbank in Turkije opnieuw tot tweeënhalve maand gevangenisstraf veroordeeld vanwege dienstweigering. Feti heeft bij de militaire rechtbank een beroepschrift ingediend dat nog steeds loopt.

Ook het VN-Mensenrechtencomité ondersteunt de rechten van gewetensbezwaarden

Turkije heeft ook recente richtlijnen van het VN-Mensenrechtencomité genegeerd. In 2008 hebben twee Getuigen, Cenk Atasoy en Arda Sarkut, een klacht ingediend bij dat VN-orgaan wegens schending van hun rechten door de Turkse autoriteiten, die hen herhaaldelijk strafrechtelijk vervolgd hadden vanwege dienstweigering. In de Zienswijzen die het comité op 29 maart 2012 publiceerde, verklaarde het dat de weigering van de mannen om „de dienstplicht te vervullen gebaseerd is op hun geloofsovertuiging” en dat de „daaropvolgende strafrechtelijke vervolging en straffen neerkomen op een schending van hun vrijheid van geweten, in strijd met artikel 18, lid 1, van het [Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten]”.

Hoe hebben de Turkse autoriteiten gereageerd op deze duidelijke richtlijnen? De twee gewetensbezwaarden ontvangen nog steeds om de vier maanden * een oproep van het leger om zich te melden, anders worden ze strafrechtelijk vervolgd of krijgen ze een hoge boete.

Jehovah’s Getuigen in Turkije zijn vastbesloten zich aan het Bijbelse gebod te houden om hun naaste lief te hebben. Als een Getuige door de Turkse overheid wordt opgeroepen voor militaire dienst, moet hij persoonlijk beslissen hoe hij daarop zal reageren. Feti Demirtaş en andere Getuigen hebben voor zichzelf de conclusie getrokken dat het opnemen van de wapens ingaat tegen het Bijbelse gebod en tegen hun geweten.

Deze jonge mannen hopen dat hun regering haar wettelijke verplichtingen zal nakomen. Het EHRM en het VN-Mensenrechtencomité veronderstellen dat Turkije uitvoering zal geven aan de beslissingen en conclusies van hun organen en daarmee het recht op dienstweigering op grond van gewetensbezwaren zal erkennen. Tot dat moment stelt Turkije zich buiten de Raad van Europa als het gaat om het respecteren van dit fundamentele mensenrecht.

^ ¶10 Dit was niet de eerste uitspraak van het EHRM tegen Turkije over deze kwestie. In november heeft het EHRM uitspraak gedaan ten gunste van een andere Turkse Getuige, Yunus Erçep, die in 14 jaar tijd 41 keer aangeklaagd was vanwege zijn weigering dienst te nemen in het Turkse leger.

^ ¶14 Onlangs heeft de regering bepaald dat mannen om de drie maanden worden opgeroepen.