Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Brandstichting in een huis van een Getuige van Jehovah in Loetsino (regio Moskou)

16 JUNI 2017
RUSLAND

Uitspraak van Hooggerechtshof Rusland heeft negatieve gevolgen voor Jehovah’s Getuigen

Uitspraak van Hooggerechtshof Rusland heeft negatieve gevolgen voor Jehovah’s Getuigen

De uitspraak van het Russische Hooggerechtshof van 20 april 2017 heeft in heel Rusland ernstige gevolgen voor Jehovah’s Getuigen. Autoriteiten schenden de fundamentele vrijheden van Getuigen en stellen hun religieuze activiteiten strafbaar. Intussen gebruiken sommige Russische burgers de uitspraak als een vrijbrief om Getuigen te discrimineren en zelfs haatmisdrijven tegen hen te begaan.

Russische regering schendt en beperkt de mensenrechten

Dennis Christensen

Aanklachten tegen ouderlingen van Jehovah’s Getuigen

  • Op 25 mei deed de politie een inval tijdens een religieuze dienst van de gemeente van Jehovah’s Getuigen in Orjol. De politie arresteerde Dennis Christensen, een Deens staatsburger en ouderling van de gemeente Orjol. Christensen wordt tot 23 juli in voorlopige hechtenis gehouden, terwijl de aanklager bewijsmateriaal probeert te verzamelen om hem te kunnen beschuldigen van ‘extremistische activiteit’. Als Christensen veroordeeld wordt, hangt hem een gevangenisstraf van zes tot tien jaar boven het hoofd.

Officiële waarschuwingen tegen Plaatselijke Religieuze Organisaties

  • Op 4 mei gaf de openbaar aanklager een waarschuwing aan de voorzitter van de Plaatselijke Religieuze Organisatie (PRO) in Krymsk. In de waarschuwing stond dat de voorzitter en de leden van de PRO bestuursrechtelijk aansprakelijk en strafbaar zijn voor het houden van religieuze diensten.

  • Sinds de uitspraak van het Hooggerechtshof hebben minstens vijf andere PRO’s dergelijke waarschuwingen gekregen.

Politie-invallen tijdens religieuze diensten

  • Op 22 april deed de politie een inval in het huis van aanbidding van Getuigen in Dzjankoj (de Krim) toen de religieuze dienst bijna was afgelopen. De agenten hielden vol dat de Getuigen na de uitspraak van het Hooggerechtshof geen recht meer hadden om voor aanbidding bijeen te komen. Ze doorzochten het gebouw en verzegelden het daarna om te voorkomen dat het nog voor religieuze bijeenkomsten gebruikt zou worden.

  • Sinds de uitspraak van het Hooggerechtshof zijn er minstens vijf andere incidenten geweest waarbij de politie religieuze diensten van Getuigen verstoord heeft. Eén daarvan werd in een woonhuis gehouden.

‘Ik maak mij grote zorgen over deze ongerechtvaardigde criminalisering van de vreedzame activiteiten van leden van de gemeenschappen van Jehovah’s Getuigen in Rusland. (...) Ik verzoek de Russische autoriteiten dringend om ervoor te zorgen dat het recht op vrijheid van godsdienst of levensovertuiging, op vrijheid van mening en meningsuiting, op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering van personen die tot de gemeenschap van Jehovah’s Getuigen behoren, gehandhaafd wordt, overeenkomstig de verplichtingen van het land op grond van de internationale mensenrechtenwetgeving en de afspraken met de OVSE [Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa].’ — Michael Georg Link, directeur van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE.

Kinderen van Getuigen worden het mikpunt

  • Op 24 april vernederde een onderwijzeres in het dorp Bezvodnoje (regio Kirov) twee jonge leerlingen van wie de moeder een Getuige van Jehovah is. De onderwijzeres rechtvaardigde haar daden door te zeggen dat de Getuigen verboden zijn in Rusland.

  • Op 17 mei gaf een schoolhoofd in de regio Moskou een schriftelijke waarschuwing aan de ouders van een achtjarige leerling die met een klasgenoot over God had gesproken. In het schrijven werd verwezen naar de uitspraak van het Hooggerechtshof en werden ‘alle handelingen die niets met het leerproces te maken hebben’ op het schoolterrein verboden. Het schoolhoofd dreigde de zaak bij de politie aan te geven en ‘de overplaatsing van het kind naar een andere vorm van opleiding aan de orde te stellen’.

Getuigen mogen geen vervangende dienst doen

  • Op 28 april wees de dienstplichtcommissie van de regio’s Tsjeboksary en Marposadski de aanvraag van een Getuige van Jehovah voor vervangende dienst af. De commissie stelde dat Jehovah’s Getuigen ‘extremistisch’ zijn en geen toestemming kunnen krijgen voor vervangende dienst.

  • De aanvragen voor vervangende dienst van minstens twee andere Getuigen werden op soortgelijke manier geweigerd.

Philip Brumley, raadsman van Jehovah’s Getuigen, merkte de tegenstrijdigheid op in het standpunt van de regering: ‘Aan de ene kant staat de regering geen vervangende dienst toe voor jonge Getuigen omdat zij “extremistisch” zijn, maar aan de andere kant eist ze dat deze “extremisten” dienst nemen in het leger. Ligt het voor de hand dat de regering “extremisten” zou toelaten in het leger?’

Mishandeling en discriminatie door de samenleving

Geweld tegen Getuigen

  • Op 30 april werd het huis van een Getuigengezin en het aangrenzende huis van hun bejaarde ouders in Loetsino (regio Moskou) door brandstichting verwoest. De brandstichter had eerst zijn haat uitgesproken tegen de religie van het gezin en daarna het huis in brand gestoken.

  • Op 24 mei veroorzaakten brandstichters in Zjesjart (deelrepubliek Komi) aanzienlijke schade aan een gebouw dat door Jehovah’s Getuigen gebruikt wordt voor religieuze diensten.

    Koninkrijkszaal in Zjesjart die door brandstichting vernield werd

  • Minstens negen andere huizen van aanbidding zijn sinds de uitspraak van het Hooggerechtshof van 20 april 2017 vernield.

  • Op 26 april verliet een Getuige van Jehovah in Belgorod net zijn huis toen een aanvaller schreeuwde: ‘Jullie zijn nu verboden!’ Daarna begon hij de Getuige te slaan.

  • Op 11 mei verstoorde een groep mannen de religieuze dienst van Jehovah’s Getuigen in Tjoemen. De mannen bedreigden de aanwezigen in obscene en beledigende bewoordingen.

Getuigen ontslagen

  • Op 15 mei ontsloeg de directie van een chemische fabriek in Dorogoboezj (regio Smolensk) alle medewerkers die Jehovah’s Getuigen zijn. De directie legde uit dat ze een bevel van de FSB (Federale Veiligheidsdienst van de Russische Federatie) hadden gekregen om alle Getuigen te ontslaan omdat ‘extremisten’ niet in de fabriek mogen werken.

  • Bij minstens drie andere incidenten sinds de uitspraak van het Hooggerechtshof zijn werknemers die Getuigen zijn met ontslag bedreigd omdat ze bij een ‘extremistische’ religie horen. In het dorp Jasjkino (regio Kemerovo) zette de politie een Getuige onder druk, maar ze weigerde informatie over andere Getuigen te onthullen. De agenten zeiden dat het onwettig was lid van een verboden religie te zijn en vergeleken Jehovah’s Getuigen met IS-terroristen.

Bezorgdheid over het welzijn van Jehovah’s Getuigen in Rusland

In de tien jaar vóór de uitspraak van het Hooggerechtshof zijn Jehovah’s Getuigen al het slachtoffer geweest van een door de regering gesteunde aanval op hun religieuze vrijheid. Daardoor werden ze het doelwit van veel vervolging. Nu, na de uitspraak, is hun veiligheid nog minder zeker. De uitspraak stelt de Getuigen in een kwaad daglicht en heeft sommige overheidsambtenaren en andere personen ertoe aangezet nog meer kwaad aan te richten, zoals deze recente incidenten aantonen. Jehovah’s Getuigen over de hele wereld zijn erg bezorgd over wat hun geloofsgenoten te wachten staat als de meervoudige kamer voor beroepszaken van het Hooggerechtshof de uitspraak bekrachtigt wanneer de zaak op 17 juli 2017 wordt beschouwd.

‘Niemand heeft enig bewijs geleverd dat Jehovah’s Getuigen ook maar iets met extremisme te maken hebben’, aldus Brumley. ‘Het vermeende gevaar voor de samenleving dat de Getuigen volgens de beschuldiging vormen, staat in geen enkele verhouding tot de vervolging die ze al verduurd hebben. Rusland moet de stappen die ze tegen Jehovah’s Getuigen onderneemt opnieuw overdenken in het licht van zijn grondwet en zijn internationale overeenkomsten die godsdienstvrijheid waarborgen.’